acf domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /var/www/vhosts/battoui.nl/httpdocs/daliel/wp-includes/functions.php on line 6131wordpress-seo domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /var/www/vhosts/battoui.nl/httpdocs/daliel/wp-includes/functions.php on line 6131Het bericht Een nieuwe kijk op eenheid verscheen eerst op Daliel.
]]>Moet dit het einde betekenen van samenwerking tussen moskeeën en overheid? Of moet die ‘samenwerking’ een hele andere vorm krijgen?
Wat is de stand van zaken bij de lobby namens de moslims? Waarvoor lobbyen koepelorganisaties precies en heeft de gebeurtenis rondom NTA (waar het NCTV ook achter zat) de toon van de gesprekken beïnvloedt?
En waarom lijkt interne ‘eenheid’ en samenwerking maar niet te lukken, terwijl vrijwel iedereen het erover eens is dat dit hard nodig is?
In Studio Daliel praten wij met deskundige gasten over deze prangende vragen. Het beloofd een uitzending te worden vol met nieuwe inzichten en interessante discussies.
Kijk mee, zondag 6 maart om 20:30 op onze Youtubekanaal en Facebookpagina.
Abonneer alvast op onze Youtubekanaal
Het bericht Een nieuwe kijk op eenheid verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Lezen en boeken, het maakte ons ooit groots! verscheen eerst op Daliel.
]]>Boeken, lezen en de bibliotheek. Het lijken wel relieken uit een ander tijdperk. Ik ben inmiddels al een aantal jaren schrijver van boeken in het segment van geschiedenis en probeer in die hoedanigheid om boeken en het ouderwets lezen van een goed boek te doen herleven. Het waren immers boeken en bibliotheken die de islamitische gouden eeuwen van kennis en wetenschap vormgaven.
Het eerste woord dat geopenbaard werd aan de Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) was: “Iqra” (lees!).
Willen wij dat gouden tijdperk weer geboorte geven, dan dienen wij weer net zo veel van boeken en de bijhorende kennis te houden als de vroegere moslims deden.
Het waren de moslims die de kennis over het maken van papier introduceerden. De moslimwereld verwierf de kunst van het papier maken in de achtste eeuw in Perzië en uiteindelijk brachten moslims het maken van papier naar Europa, via de islamitische beschaving van Al-Andalus.[1]
De moslims regeerden vanaf 711 over vrijwel het gehele Iberische schiereiland. Na een turbulente periode van verdeeldheid en interne conflicten, werd in 756 het Emiraat van Cordoba gesticht en begon een periode waarin kennis en wetenschap floreerde. Al-Andalus werd zo een brug van kennis tussen christelijk Europa en de islamitische wereld.
De kunst van papier stond centraal en maakte het grotendeels mogelijk dat de moslims de fakkel van beschaving droegen in middeleeuws Europa. Papierhistorici zoals Clapperton lijken het erover eens te zijn dat de kennis van papierproductie in het begin van de 10e eeuw in Spanje verscheen. De stad Xativa, die door de moslims Shatiba werd genoemd, was het centrum van de papierindustrie.
De bekende moslimgeograaf Al-Idrissi bezocht Shatiba in 1150 en vermeldde erover:
Er wordt papier geproduceerd zoals nergens anders in de beschaafde wereld. Het papier uit Shatiba wordt naar het oosten en westen geëxporteerd.[2]
Met de kennis van papier begon een wetenschappelijke revolutie. Openbare bibliotheken verschenen in Bagdad, Caïro en Cordoba waar boeken van papier werden gemaakt. Boeken in theologie, jurisprudentie, wiskunde, geneeskunde en astronomie werden door islamitische geleerden geschreven en gekopieerd door speciale schrijvers met kostbare inkt en prachtige kalligrafie.
De grootste bibliotheken van de wereld stonden in Bagdad en Cordoba. Duizenden manuscripten werden er verzameld. De moslims begonnen te lezen en te leren over allerlei verschillende wetenschappen. De meest slimme geesten ontstonden in de islamitische wereld. Grote geleerden zoals Al-Khawarizmi, de vader van Algebra, en Al-Zahrawi, de vader van chirurgie, kunnen hierbij genoemd worden.
De vroegere moslims hielden zich bezig met kennis en boeken en stonden aan de wieg van vele hedendaagse wetenschappen. Deze revolutie van kennis begon op het moment dat Allah aan de Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) openbaarde: “Iqra”.
De moslims begonnen vanaf dat moment met lezen om hun Schepper en Zijn schepping beter te leren kennen. De moslim dient dus te lezen en kennis op te doen. Kennis is licht, een licht dat het pad verlicht in de duisternis van onwetendheid.
Ik sluit af met een quote van Malcolm X:
Wanneer je klaar bent met werken, kijk dan geen televisie. Wanneer je werk af is, zoek dan iets nuttigs om toe te voegen aan je verstand. Plan een uur in om een boek te lezen. En ik bedoel niet een stripboek. Lees iets waardoor je begrijpt wat er aan de hand is.
[1] R.H. Clapperton, Paper: An historic account of Its making
[2] Dard Hunter, Papermaking: The History and Technique of an Ancient Craft
Het bericht Lezen en boeken, het maakte ons ooit groots! verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Johan Derksen en het christelijke trauma verscheen eerst op Daliel.
]]>Kerk
Johan Derksen gaf aan dat hij zich in zijn jeugd gedwongen voelde om naar de kerk te gaan. Later kreeg hij het gevoel dat zijn gebeden niet werden verhoord en dat zijn vader niet leefde volgens zijn eigen principes. Ook heerste er een doofpotcultuur. Verschillende levenservaringen hebben ertoe geleid dat hij niet meer gelooft in het bestaan van een Schepper. Een veelgehoorde denkfout is: ‘Als God zou bestaan, zou er niet zoveel ellende zijn’.
Los van de essentie van het leven en de beproevingen die bij het leven passen, zijn moeilijkheden geen argument om het bestaan van de Schepper te ontkennen. Ze zeggen namelijk niets over het wel/niet bestaan van de Schepper.
Johan Derksen gaf in het interview toe dat het leven kort is en het te complex is om over dergelijke vraagstukken na te denken. Hij is een goed voorbeeld van de wijze waarop men voornamelijk in West-Europa naar religie kijkt. Men heeft een negatieve ervaring met de christelijke kerk en diens rol in het theocratische Europa. Religie bestaat uit dogma’s, oftewel vaste leerstellingen die niet betwist mogen worden. Derhalve stelt men dat religie irrationeel is en dat de Bijbel en Koran ‘sprookjesboeken’ zijn en God een denkbeeldig wezen is. Men maakt geen onderscheid tussen religies en scheert alle gelovigen over een kam.
Uiteindelijk geeft hij toe de Islam niet onderzocht te hebben, maar heeft hij wel zijn mond vol over Islam en moslims. In dit interview geeft hij toe dat er niet te moeilijk gedaan moet worden over voetballers met een islamitische achtergrond die weigeren om een vrouw de hand te schudden. Echter stelde hij in een eerder stadium dat voetballer Nacer Barazite vanwege zijn baard beter bij ISIS zou passen en sprak hij zich geregeld uit over voetballers die deelnemen aan de Ramadan.
Eurabië
Hij erkent een rechtse oude man te zijn die zich zorgen maakt over de invloed van de Islam in Nederland. Hoewel hij erkent dat moslims een grote minderheid vormen, conformeert hij zich aan de bekende rechts-populistische theorie die Eurabië heet en de veelgehoorde theorie van islamisering. Nederland zou met de groei van het aantal moslims een steeds islamitischer karakter krijgen. Als reactie hierop, maken steeds meer politieke partijen en overheden gebruik van identiteitspolitiek.
Diverse politici verwijzen bijvoorbeeld naar het herintroduceren van het Wilhelmus en de joods-christelijke traditie. De invloed van het christendom zou afnemen terwijl de ‘islamisering’ toeneemt. Islam wordt daarom als ideologische dreiging gezien. Moslims zouden namelijk wel een hele duidelijke identiteit hebben en een houvast. Deze ideologische strijd werd eerder al onderschreven door Samuel Huntington, een Amerikaanse politicoloog, en na de val van het communisme, hebben diverse invloedrijke personen aangegeven dat de rode dreiging (communisme) plaats heeft gemaakt voor de groene dreiging (Islam).
Johan Derksen erkent dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de Islam en dat hij bij het praatprogramma Voetbal Inside, populistische uitlatingen heeft gedaan, die voor de nodige kijkcijfers zorgden. Desalniettemin laat hij zich leiden door een hele specifieke denkwijze die uitgaat van het behoud van de eigen cultuur. Johan Derksen is wat dat betreft een product van het politieke klimaat waarin we leven.
Stof tot nadenken
Wel is het zo dat zijn jeugdverhalen stof tot nadenken geven. Het is niet voldoende om onze kinderen een aantal leefregels door te geven, zonder dat ze liefde voor de Islam hebben en er ruimte is voor vragen. Bovendien is het belangrijk dat we beseffen geen ‘parttime-moslims’ te zijn, die hun islamitische jasje uitdoen wanneer ze de voordeur achter zich dichttrekken. We zijn de dragers van een boodschap en wanneer wij deze boodschap niet uitdragen uit schaamte of angst, doen we de geïnteresseerde niet-moslims ook onrecht aan.
Met name in een tijd waarin enerzijds de polarisatie lijkt toe te nemen en anderzijds veel mensen op zoek zijn naar zingeving, is het voor de moslimgemeenschap de uitgelezen mogelijkheid om de Islam als alternatief te presenteren en misvattingen over de Islam weg te nemen.
Het bericht Johan Derksen en het christelijke trauma verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht 3 redenen waarom jij geen enkel gebed kan missen verscheen eerst op Daliel.
]]>In dit artikel zet ik drie redenen uiteen waarom jij vanaf dít moment geen enkel gebed meer kan missen. En elke keer als de verleiding ontstaat om een gebed over te slaan of uit te stellen tot aan het einde van de dag, omdat je moe of ‘te druk’ bent, hoop ik dat je aan deze drie redenen denkt en jezelf afvraagt of al die redenen om niet of te laat te bidden, het echt waard zijn.
Elk mens zondigt. Deze zonden draag jij met je mee en er komt een dag dat je voor Allah staat. In jouw reis onderweg naar Allah blijven je zonden zich ophopen. Af en toe vraag je om vergeving en verlos je jezelf van bepaalde zonden en daarna verval je er weer in.
We moeten echter een belangrijk en pijnlijk feit beseffen. Dat feit is dat het Paradijs enkel en alleen datgene accepteert wat rein en zuiver (tayyib) is. Het Paradijs is enkel voor degenen die volledig gezuiverd zijn van elke zonde. Daarom zullen de engelen de paradijsbewoners bij het Paradijs ontvangen met de woorden:
En degenen die hun Heer vreesden zullen in groepen naar het Paradijs worden geleid. Wanneer zij dan het Paradijs hebben bereikt, zullen de poorten hiervan worden geopend. De bewakers ervan zullen tegen hen zeggen: ‘’Vrede zij met jullie. Wat zuiver zijn jullie, treedt haar (d.w.z. het paradijs) daarom binnen voor eeuwig. (Soerah az-Zumar, vers 73)
Als een moslim op het moment van het oordeel dus nog bevlekt is met zonden, is er kans dat hij wordt bestraft in het hellevuur om gereinigd te worden van zijn zonden. Je hebt een aantal stadia tot aan dat moment om verlost te worden van je zonden.
Vóór de ontmoeting met Allah zijn er de moeilijkheden op de Dag des Oordeels, die lichter zijn dan de bestraffing in het hellevuur. Daarvoor nog is er de kwelling en bestraffing in het graf, die draaglijker is dan de moeilijkheden op de Dag des Oordeels. Wil je zelfs dit voor zijn? Dan moet je ervoor zorgen dat je reeds in dit leven, voor jouw overlijden, verlost bent van jouw zonden. Naast het tonen van oprecht berouw, is het verrichten van het gebed één van de voornaamste aanleidingen van vergeving. Allah zegt:
Verricht het gebed tijdens het begin en einde van de dag en een deel van de nacht. Voorzeker, de goede daden wissen de zonden uit. Dat is een vermaning voor degenen die gedenken.[1]
En Aboe Hurayrah heeft overgeleverd dat de Profeet, sallallaahu ‘alayhi wa sallam, zei: ‘’Als bij iemand van jullie een rivier voor zijn huis langs stroomt en hij zich daarin vijf keer per dag zou wassen, zou er dan nog iets van vuil op hem achterblijven?’’ Zij zeiden: ‘’Er blijft geen vuil op hem achter.’’ Daarop zei hij: ‘’Zo is dat ook bij de vijf gebeden, Allah wist daarmee de zonden uit.’’[2]
En in de hadieth van ‘Ubaadah ibn as-Saamit zei de Profeet, sallallaahu ‘alayhi wa sallam: ‘’Vijf gebeden die Allah heeft verplicht gesteld; wie de wudoe` daarvoor perfectioneert en deze (gebeden) op tijd verricht, terwijl hij de buigingen en zijn concentratie vervolmaakt, heeft een belofte bij Allah dat Hij hem vergeeft. En wie dit niet doet, heeft geen belofte bij Allah. Als Hij wil, vergeeft Hij hem en als Hij wil, bestraft Hij hem.’’[3]
Behalve het streven naar vergeving, dienen we ook na te denken over hoe we voorkomen dat we in zonden blijven vervallen.
Zonden worden vrijwel altijd ingegeven door je begeerte, oftewel door je lusten en verlangens. Je begeerte wil iets, jij voelt die neiging en drang om het te doen (of juist na te laten) en dan zal het van jouw mate van zelfbeheersing en wilskracht afhangen of je in staat bent de verleiding te weerstaan. Het gebed helpt je om jouw begeerte te onderdrukken. In andere woorden helpt het gebed jou dus om standvastig te blijven.
Voorzeker, het gebed weerhoudt van onzedelijkheid en zonde.[4]
Dit vereist echter dat het gebed consequent verricht wordt, vijf keer per dag en zeven dagen per week. Als iemand een medicijn dient te slikken vanwege een aandoening, is het geen optie voor de patiënt om alles op te sparen tot aan het einde van de week om dan alle pillen met terugwerkende kracht tegelijk in te nemen. Om te herstellen heeft het lichaam elke dag opnieuw een bepaalde dosering nodig en het slaat dan ook alleen aan als de kuur consequent wordt doorlopen. Wat een medicijn is voor het lichaam, is het gebed voor onze ziel.
Daarom zegt Allah niet dat wij het gebed moeten ‘verrichten’, maar vestigen en onderhouden.
En vestig het gebed en geef de zakaat uit en buig met de buigenden.[5]
Onderhoud het gebed en (met name) het middelste gebed en sta nederig voor Allah.[6]
Als een dienaar het gebed onderhoudt en deze nederig uitvoert, weerhoudt het gebed werkelijk van onzedelijkheid en zonde. Het gebed herinnert je dan aan het feit dat dit leven vergankelijk is, terwijl het hiernamaals eeuwig is. En dat dit leven een beproeving is en we op een zekere dag allen tegenover Allah zullen staan. Als je deze overtuiging internaliseert en hiernaar leeft, ben je bereid om tijdelijke genietingen in te ruilen voor datgene wat oneindig is. Zo helpt het gebed jou om zelfbeheersing en wilskracht te ontwikkelen, om de prikkels van je begeerten en lusten te weerstaan.
De mens is zeker begerig geschapen. Als het slechte hem treft is hij ongeduldig. En als het goede hem treft is hij gierig. Behalve de verrichters van het gebed. Degenen die standvastig in hun gebeden zijn.[7]
Zodra je het gebed loslaat, val je weer regelrecht in de greep van je begeerten en nemen die volledige controle over jou.
En na hen volgde een andere generatie die het gebed verwaarloosde en de begeerten volgde. Zij zullen zeker ghayy treffen.[8]
Sommige geleerden zeiden dat zij die het gebed verwaarloosden degenen zijn die het compleet nagelaten hebben, terwijl andere geleerden het uitleggen als zij die het gebed uitstellen tot na de eindtijd.[9] Het te laat verrichten van het gebed is dus voldoende om onder de reikwijdte van dit vers te vallen.
De betekenis van ‘ghayy’, wat ik hierboven bewust onvertaald heb gelaten, is op twee manieren uitgelegd. Volgens één interpretatie is het een vallei of put in het hellevuur, waarin de pus van de helbewoners stroomt en zich ophoopt. Andere sahaabah hebben het woord uitgelegd als ‘verlies’. Ibn Djarier at-Tabarie zegt, na het noemen van deze twee uitleggen, dat ze dicht bij elkaar liggen en elkaar niet tegenspreken. Bestraft worden in dat vallei in het hellevuur is immers het grootste verlies denkbaar.[10]
Tot zover over de vergeving en het voorkomen van zonden. Behalve zonden zijn er ook andere calamiteiten die jou kunnen treffen. Denk aan problemen met je mentale en fysieke gezondheid, ongevallen, het boze oog, djinn en sihr. Het gebed zorgt ervoor dat je onder Allahs bescherming valt.
Djundub ibn Sufyaan overleverde dat de Profeet, sallallaahu ‘alayhi wa sallam, zei: ‘’Wie het fadjr gebed verricht, staat onder de bescherming van Allah.’’[11]
En in de hadieth Mu’aadh ibn Djabal staat dat de Profeet, sallallaahu ‘alayhi wa sallam, zei: ‘’Wie opzettelijk een verplicht gebed nalaat; bij hem trekt Allah zijn bescherming in.’’[12]
Hoe kwetsbaar moet je je wel niet voelen wanneer je een gebed hebt overgeslagen of zelfs helemaal niet bidt, nu je dit weet? Hoe kun je met een gerust hart je hoofd op je kussen leggen of dagelijks je huis verlaten, nu je dit weet? En hoe anders is dit voor degene die al zijn gebeden op tijd en toegewijd verricht en weet dat hij onder de bescherming van Allah staat?
Wanneer je door moeheid overmand wordt of druk bent met werk, studie of de kinderen, en daardoor de neiging hebt om het gebed uit te stellen of over te slaan, bedenk dan dat hoeveel redenen je ook hebt om niet te bidden, die redenen nooit opwegen tegen deze drie redenen om het gebed wél te onderhouden.
[1] Soerah Hoed, vers 114
[2] Sahieh al-Buchaarie en Muslim
[3] Aboe Dawoed, an-Nasaa`ie en Ibn Maadjah
[4] Soerah al-‘Ankaboet, vers 45
[5] Soerah al-Baqarah, vers 43
[6] Soerah al-Baqarah, vers 238
[7] Soerah al-Ma’aaridj, vers 19-23
[8] Soerah Maryam, vers 59
[9] Tafsier at-Tabarie
[10] Tafsier at-Tabarie
[11] Sahieh Muslim
[12] Musnad Ahmad
Het bericht 3 redenen waarom jij geen enkel gebed kan missen verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht De verplichting van de hidjaab verscheen eerst op Daliel.
]]>
De hidjaab is de laatste jaren het mikpunt van aanval en kritiek en sommige critici durven zelfs de religieuze verplichting van de hidjaab ter discussie te stellen. Degenen die beweren dat de hidjaab geen islamitisch voorschrift is, beroepen zich op een aantal argumenten. Een van de voornaamste argumenten is dat de hidjaab nergens in de Koran genoemd zou zijn. Om te voorkomen dat moslims, zowel mannen als vrouwen, misleid worden door dit soort simplistische en fundamenteel onjuiste argumenten, zal ik in dit artikel middels bewijzen uit de Koran, Sunnah en het commentaar van geleerden daarop, aantonen dat het dragen van de hidjaab niet alleen verplicht is, maar dat de verplichting daarvan zelfs buiten kijf staat en nooit ter discussie heeft gestaan.
Bewijzen uit de Koran
Er zijn meerdere verzen in de Koran te vinden die duiden op de verplichting voor de vrouw om zich te bedekken. In dit artikel zal ik me beperken tot drie van deze verzen. En alle drie benadrukken ze niet alleen de verplichting ervan, maar wordt steeds ook een van de wijsheden genoemd achter het dragen van de hidjaab.
#1 – Soerah Al-Ahzaab, vers 59:
“O Profeet, zeg tegen jouw echtgenotes, jouw dochters en de echtgenotes van de gelovigen dat zij hun djilbabs over zich heen dienen te laten hangen. Dat is beter, zodat zij herkend zullen worden en niet lastig worden gevallen. En Allah is Meest Vergevensgezind, Meest Genadevol.”
In dit vers gebiedt Allah Zijn Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam, om zijn vrouwen, dochters en de vrouwen van de gelovigen op te dragen hun djilbabs over zich heen te laten hangen. Een dijlbab is een groot kledingstuk dat het gehele lichaam bedekt. Al-Qortobie zegt in zijn uitleg van dit vers:
“De juiste definitie hiervan (d.w.z. djilbab) is dat het een kledingstuk is wat het gehele lichaam bedekt.”[1]
Het over je heen laten hangen van de djilbab betekent daarmee dat je je gehele lichaam bedekt.[2]
Vervolgens geeft Allah een van de wijsheden van het bedekken van het lichaam prijs, namelijk: herkend worden, zodat je niet wordt lastiggevallen. Hiermee wordt bedoeld, zoals onder andere door At-Tabarie en Al-Qortobie is uitgelegd, dat ze herkend worden als vrije vrouwen en niet als slavinnen bestempeld worden, zodat ze niet lastig gevallen worden door hitsige mannen. Met het dragen van een hidjaab geef je dus een duidelijk signaal af aan omstanders; dat je een kuise vrouw bent die niet benaderbaar is voor buitenechtelijke liefdesrelaties.
#2 – Soerah An-Noer, vers 31:
“En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun blikken moeten neerslaan, over hun geslachtsdelen moeten waken en hun schoonheid niet moeten onthullen, behalve datgene wat daar zichtbaar van is. En laat hen hun sluiers over hun kragen heen slaan.”
Nadat Allah de gelovige vrouwen heeft opgedragen om hun blikken neer te slaan en over hun geslachtsdelen te waken, draagt Hij hen op om ‘hun schoonheid niet te onthullen…’. Schoonheid omvat hier alles wat een vrouw siert en aantrekkelijk maakt, zowel de lichaamsdelen als de opmaak en versiering hiervan door make-up of sieraden. Het niet onthullen hiervan betekent niet alleen dat het niet ontbloot is, maar ook dat de vorm van de lichaamsdelen niet zichtbaar is.
Vervolgens zondert Allah ‘datgene wat daar zichtbaar van is’ uit. Bij het analyseren van de verschillende uitspraken van geleerden over wat wordt bedoeld met ‘…behalve datgene wat daar zichtbaar van is’, wordt duidelijk dat niemand van hen de haren, hals, armen, borsten, buik, rug, heupen of benen heeft genoemd als uitzondering. Hiermee is het evident dat er consensus bestaat onder de geleerden over de plicht om deze lichaamsdelen te bedekken.
Vervolgens doet Allah het verbod op het onthullen van de schoonheid opvolgen door het gebod: ‘En laat hen hun sluiers over hun kragen heen slaan’, waardoor het verbod extra kracht wordt bijgezet. Allah zegt hier dat de gelovige vrouwen hun gimaars – wat een kledingstuk is waarmee je je hoofd bedekt – over hun kragen heen dienen te slaan. De aanleiding hiervoor was dat de vrouwen in het pre-islamitische tijdperk hun gimaars naar achteren sloegen, waardoor hun halzen en kettingen zichtbaar waren. Nu werden de gelovige vrouwen opgedragen om hun gimaars niet naar achteren maar naar voren te slaan, zodat deze over hun kragen vielen en zo niets van hun hals zichtbaar zou zijn.[3]
De wijsheid achter het verbod om je schoonheid te onthullen en het gebod om je hals te bedekken, is datgene wat in het begin van het vers genoemd wordt, namelijk het waken over de kuisheid. Het dragen van de hidjaab is dus een fundamenteel onderdeel van het bewaken van de kuisheid.
Dat er een verband is tussen de manier waarop we onszelf in het openbaar vertonen en onzedelijk gedrag, is evident. Ondanks dat vandaag de dag dit verband ontkend wordt en hard gewerkt wordt om de vrouw de volledige ‘vrijheid’ te geven in hoe zij zich (niet) kleedt, getuigen de vele voorvallen van seksueel ongewenst gedrag, aanrandingen en verkrachtingen van het tegenovergestelde. Vaak wordt dan tegengeworpen dat het niet de schuld van de vrouw kan zijn als zij wordt aangerand, omdat zij schaars gekleed is, en deze mening deel ik, maar als we de vrouw tegen dit soort wandaden willen beschermen, is het kijken naar wie de schuldige is niet voldoende. We moeten kijken naar hoe dit voorkomen kan worden. Het aanpakken van de dader is daarbij zeker hoofdzaak, maar dat de vrouw preventief te werk gaat en geen (bedoeld of onbedoeld) verkeerde signalen afgeeft, is zeker geen bijzaak. Volhouden dat het veroordelen van de dader voldoende is en dat de vrijheid om je te kleden zoals je wil ongelimiteerd moet blijven, is accepteren dat seksueel ongewenst gedrag in dezelfde mate blijft doorgaan.
#3 – Soera Al-Ahzaab, vers 53:
“En wanneer jullie hun (d.w.z. de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam) om iets vragen, vraag hun dan van achter een afscherming. Dat is reiner voor jullie harten en hun harten.”
Allah draagt de gelovige mannen op dat wanneer zij de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam iets willen vragen, dit te doen van achter een afscherming, zodat ze elkaar niet kunnen zien. Ondanks dat Allah het toestaat om de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam te vragen wat zij nodig hebben, zoals het lenen van alledaagse benodigdheden of het stellen van een vraag omtrent een religieuze kwestie, stelt Hij als restrictie dat dit geschiedt zonder elkaar te hoeven zien. Dus het hebben van een geldige reden om iets te vragen aan hen, betekent niet dat je daarmee vrij spel hebt en hen mag zien.
Ondanks dat dit vers over de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam gaat, is dit indirect ook een boodschap naar alle andere mannen en vrouwen. Immers, als het gebod geldt voor de metgezellen – de beste mannen van deze gemeenschap – en de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam – de beste vrouwen van deze gemeenschap – dan geldt dit zeker ook voor de rest van de mannen en vrouwen, die zwakker zijn qua geloof. Bovendien is de reden voor dit gebod – het gebod om elkaar van achter een afscherming iets te vragen – een reden die voor alle mensen geldt: het beschermen van alle partijen tegen onzedelijke gedachten.
Hiermee komen we aan bij de wijsheid die Allah in dit vers noemt: ‘Dat is reiner voor jullie harten en hun harten’. Dat wil zeggen dat wanneer mannen en vrouwen elkaar niet zien, dit reiner is voor hun harten. Het oog is namelijk een doorgang naar het hart; zolang het oog geen zicht heeft op iets aantrekkelijks, zal het hart hier niet naar verlangen en rein blijven van slechte gedachten.
Bewijzen uit de Sunnah
De Sunnah is een weerspiegeling van de Koran. Het kan niet zo zijn dat de Koran tot iets aanspoort, terwijl uit de Sunnah het tegenovergestelde blijkt. Daarom zijn er vele bewijzen uit de Sunnah die duiden op de verplichting van de hidjaab. Enkele hiervan zijn:
#1 – Hadieth ‘De vrouw is ‘awrah’:
Het is overgeleverd door o.a. at-Tirmidhie op gezag van ‘Abdoellaah ibn Mas’oed (radiyallahu ‘anhu) dat de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam heeft gezegd:
“De vrouw is ‘awrah….”[4]
‘Awrah betekent het deel van het lichaam dat bedekt moet worden. Uit bovenstaande hadieth blijkt dat het gehele lichaam van de vrouw ‘awrah is, oftewel bedekt moet worden. Daarvan mag niets zonder bewijs uitgezonderd worden.
#2 – Hadieth ‘Toen het vers over de hidjaab neerdaalde’:
Het is overgeleverd door Al-Buchaarie op gezag van ‘Aaisha (radiyallahu ’anhaa) dat zij zei:
“Toen het vers ‘En laat hen hun sluiers over hun kragen heen slaan’ neerdaalde, scheurden zij hun gewaden van de zijkanten en bedekten zij zich daarmee.”[5]
Deze overlevering schetst de wijze van praktiseren door de gelovige vrouwen direct na de neerdaling van het vers over de hidjaab. Zij bedekten gelijk hun gehele lichaam, zodat niets daarvan zichtbaar was. Tevens maken we uit deze overlevering de interpretatie op van de gelovige vrouwen in die tijd, namelijk dat het Koranvers in soerah an-Noer verwijst naar de bedekking van het hele lichaam, inclusief het hoofd. Was hun interpretatie verkeerd geweest, dan zou de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam hen gecorrigeerd hebben, zoals hij vaker deed bij verzen die niet juist geïnterpreteerd werden door de metgezellen.
#3 – Hadieth ‘Gekleed doch naakt’:
Het is overgeleverd door Muslim op gezag van Aboe Hurayrah (radiyallahu ‘anhu) dat de Boodschapper van Allah, sallallahu ‘alayhi wa sallam, heeft gezegd:
“Twee groepen inwoners van het Vuur heb ik (in mijn tijd nog) niet gezien: een volk met zwepen, als de staarten van de koeien, waarmee zij de mensen slaan. En vrouwen die gekleed doch naakt zijn. Heupwiegend en (ook) anderen hiertoe brengend. Hun hoofden zijn als de bulten van wiegende kamelen. Zij zullen het Paradijs niet binnentreden en zij zullen haar geur niet ruiken ook al is haar geur, waarlijk, van zo en zo’n afstand te ruiken.”[6]
Met ‘gekleed doch naakt’ wordt bedoeld dat hun kleding ofwel te kort is waardoor het niet het gehele lichaam bedekt, ofwel te strak of te doorschijnend is, waardoor men door de kleding heen de huid of de vorm van het lichaam kan zien. Imam An-Nawawie heeft gezegd:
“De betekenis van ‘gekleed doch naakt’ is dat de vrouw een deel van haar lichaam ontbloot om haar schoonheid te tonen, waardoor zij gekleed doch naakt is. Er is ook gezegd dat de betekenis is dat zij dunne kleding draagt, waardoor hetgeen daaronder zichtbaar is.”[7]
Dat de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam dit soort vrouwen tot de inwoners van het Vuur rekent en het binnentreden van het Paradijs uitsluit, betekent niet alleen dat het niet dragen van de correcte hidjaab een zonde is, maar dat het zelfs tot de grote zonden behoort.
Consensus omtrent de verplichting van de hidjaab
De bewijzen uit de Koran en de Sunnah zijn voldoende om vast te stellen dat de hidjaab verplicht is. En uit de uitspraken van geleerden over welk deel van het lichaam vrijgesteld is van de verplichting om te bedekken, kan worden opgemaakt dat zij het er unaniem over eens zijn dat het bedekken van de niet-uitgezonderde lichaamsdelen verplicht is, waaronder het hoofd.
Ibn ‘Abd al-Barr heeft gezegd:
“De geleerden zijn het er unaniem over eens dat het bedekken van de ‘awrah verplicht is voor alle mensen.”[8]
En zo zei Ibn Hazm:
“Zij (de geleerden) zijn het erover eens dat het haar van de vrije vrouw en haar lichaam, met uitzondering van haar gezicht en handen, ‘awrah is. Maar zij verschillen van mening over het gezicht en de handen, of deze wel of niet tot de ‘awrah behoren.”[9]
Het feit dat alle geleerden het hierover eens zijn en geen enkele (vroegere) geleerde hier een andere interpretatie op nahield, laat zien dat dit de correcte interpretatie is zoals Allah het bedoeld heeft. De Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam zei immers: ‘’Allah zal mijn gemeenschap nooit verenigen op een dwaling.’’[10]
Slotwoord
Het moge duidelijk zijn, met de wil van Allah, dat de hidjaab een religieuze plicht is waar geen twijfel over mag bestaan. Ieder gelovig en weldenkend mens zal dit beamen. Dan rest alleen nog dat de gelovige vrouwen gehoor geven aan deze religieuze plicht. Natuurlijk is iedere vrouw vrij om zelf de keuze te maken of zij de hidjaab wil dragen of niet, maar de Koran leert ons ook dat het een gelovige man of vrouw niet past om zelf te kiezen, als Allah iets al bepaald heeft.
“En het past een gelovige man en een gelovige vrouw niet, wanneer Allah en Zijn boodschapper een besluit over een zaak hebben genomen, om een (andere) keuze te maken in hun zaak. En wie Allah en Zijn boodschapper ongehoorzaam is, is zeker duidelijk afgedwaald.”[11]
We vragen Allah om ons te leiden naar datgene wat juist is, en Allah weet het beter!
[1] Al-Djaami’ li ahkaam al-Qor`aan, Al-Qortobie
[2] Tafsier at-Tabarie, Ibn Djarier at-Tabarie
[3] Al-Djaami’ li ahkaam al-Qor`aan, Al-Qortobie
[4] At-Tirmidhie
[5] Al-Buchaarie
[6] Muslim
[7] Al-Minhaaj sharh Sahih Muslim ibn Hajjaaj, An-Nawawie
[8] Al-Istidhkaar, Ibn ‘Abd al-Barr
[9] Maraatib al-Idjmaa’, Ibn Hazm
[10] At-Tirmidhie
[11] Soerah Al-Ahzaab, vers 36
Het bericht De verplichting van de hidjaab verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Studio Daliel: Overlijden in Nederland verscheen eerst op Daliel.
]]>Dit roept vragen op als:
Wat is de toekomst van islamitische begraafplaatsen in Nederland?
– Zouden moslims begraven worden in Nederland of in the eventuele islamitische land of herkomst?
– Is een uitvaartverzekering van belang en in hoeverre is dat islamitisch toegestaan?
– Wat moet ik als moslim überhaupt regelen op het moment dat een familielid overlijdt?
Met experts en professionals bespreken wij deze beladen thema’s in toegankelijke taal, zodat jij volledig bent bijgepraat!
Onze gasten zijn:
Arrahma Abdelhamid Kadi Ouahabi van Arrahma Nederland
Mohamad Azem Soebrati (Branchevereniging Islamitische Uitvaartorganisaties NL)
Mohamed Akkouh (docent islamitisch recht)
Lees ook het artikel over je erfenis. Heb je dat al geregeld? Lees hier over islamitisch erfrecht en waar je rekening mee moet houden.
Abonneer op onze Youtube-kanaal: youtube.com/Daliel Ontvang een herinnering via WhatsApp bij nieuwe uitzendingen: http://tiny.cc/7xwjuz
Het bericht Studio Daliel: Overlijden in Nederland verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Strengere eisen voor werkgever bij hoofddoekverbod verscheen eerst op Daliel.
]]>Waar ging de zaak over?
Op 15 juli 2021 heeft het Europese Hof van Justitie (niet te verwarren met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens), een uitspraak gedaan over het verbod op levensbeschouwelijke tekens op de werkvloer, waaronder dus ook een hoofddoek valt.1 Het ging om twee zaken van Duitse vrouwen die werkzaam waren in de kinderopvang en als verkoopmedewerker. Hun werkgevers hadden als beleid dat medewerkers geen zichtbare tekens van hun politieke, levensbeschouwelijk of religieuze overtuiging mogen dragen. Beide vrouwen dragen een hoofddoek en kwamen vanwege dit geschil bij de Duitse arbeidsrechter. De rechters vroegen het Europees Hof om uitleg over de Europese gelijkebehandelingsrichtlijn.2 Als er twijfel is over hoe deze richtlijn moet worden uitgelegd, kunnen nationale rechters het Europees Hof namelijk om uitleg vragen. Dit worden prejudiciële vragen genoemd. De Duitse rechters vroegen het Europees Hof of een dergelijke interne regel gezien moet worden als direct of als indirect onderscheid en of er rechtvaardigingen zijn voor deze mogelijk indirect onderscheid makende regel.
Direct en indirect onderscheid
Alvorens in te gaan op de uitspraak van het Europees Hof is het goed om het verschil tussen direct en indirect onderscheid kort te behandelen en wanneer onderscheid leidt tot discriminatie. Juridisch is dit verschil namelijk belangrijk. Een voorbeeld van direct onderscheid kan zijn: ‘jij mag geen hoofddoek dragen’. Hierbij verwijs je namelijk direct naar een uiting van iemands godsdienst en is er sprake van discriminatie. Op het moment dat je aangeeft ‘je mag geen hoofddeksel dragen’ of ‘je mag geen politieke of religieuze uiting geven’, zal je eerder spreken van indirect onderscheid. Het gaat om een ‘neutrale’ regel die voor iedereen geldt en niet alleen voor een specifieke groep. Als er sprake is van direct onderscheid kun je daar nooit een goede reden voor aanvoeren. Direct onderscheid is verboden. Voor indirect onderscheid kun je wel een goede reden hebben. Er wordt dan gekeken naar het doel van de regel: of dit noodzakelijk en proportioneel is (had je niet een lichter middel kunnen kiezen?). Pas als je geen goede reden hebt voor het indirecte onderscheid spreek je van discriminatie. Als er dus wel een goede reden is voor het indirecte onderscheid, spreek je juridisch gezien niet van discriminatie.
Oordeel Europees Hof
Het Europees Hof geeft in de uitspraak aan dat een dergelijke regel, zoals de werkgevers van de Duitse vrouwen hadden, geen direct onderscheid is, als:
Het Hof onderkent dat dit voor medewerkers die vanuit hun religie bepaalde kleding dragen ‘onaangenaam’ kan zijn, maar stelt dat dit uiting geeft aan de neutraliteit van de werkgever en dus in beginsel géén direct verschil in behandeling creëert.
Nu het deze medewerkers specifiek treft kan er wel sprake zijn van indirect onderscheid. Het Hof beoordeelt daarom of een dergelijke maatregel een goed doel dient (neutraliteit) en of het noodzakelijk en proportioneel is.
Het Hof benoemt verschillende voorwaarden:
Samenvattend oordeelt het Hof dat alleen het nastreven van neutraliteit onvoldoende is maar dat de noodzakelijkheid door een werkgever onderbouwd moet kunnen worden. Een werkgever moet bewijs leveren dat de regel noodzakelijk is, zoals het risico op daadwerkelijke problemen binnen de onderneming of op inkomstenverlies. Als de bedrijfsregels een kledingvoorschrift hanteren dat gericht is op één specifieke religieuze uiting, zoals een ‘hoofddoekverbod’, dan is dit niet toegestaan. Dit is een geval van verboden direct onderscheid.
Eerdere zaken in 2017
Dit zijn niet de eerste zaken over een hoofddoek die het Europees Hof behandelt. In 2017 deed het Hof uitspraak in twee zaken waarin de werknemers een hoofddoek droegen op de werkvloer. Zij werden ontslagen door hun werkgever omdat deze neutraliteit wilde uitstralen. Zij namen hier geen genoegen mee en stapten naar de nationale rechter en stelden dat dit in strijd was met het discriminatieverbod. Het Hof oordeelde toen dat een verbod is toegestaan als het gaat om een breed verbod van alle uitingen om neutraliteit na te streven. Ook deze uitspraak van het Hof gaf geen vrijbrief om vrouwen met een hoofddoek te weren. Het Hof heeft in de uitspraak van dit jaar hier nu ook de eis aan toegevoegd dat de werkgever de noodzakelijkheid moet kunnen bewijzen door een daadwerkelijk risico op problemen binnen de onderneming of inkomstenverlies. Ook is er expliciet toegevoegd dat nationale rechters rekening kunnen houden met de omstandigheden in hun land.
Beschouwing auteurs
Hierboven hebben wij voornamelijk geprobeerd meer uitleg te geven over de uitspraken van het Europees Hof en wat deze betekenen. Met name dat de soep niet zo heet gegeten wordt als opgediend en dat er zeker nog geen vrijbrief is voor werkgevers om te besluiten dat zij neutraal willen zijn en op die manier moslima’s met een hoofddoek kunnen weigeren. Landen als Duitsland, Frankrijk, België en Nederland hebben raakvlakken maar ook veel verschillen. Dit wordt ook benadrukt in de uitspraak. Het blijft aan nationale instanties om te kijken naar de situatie in hun land.
Dat gezegd hebbende, achten wij deze lijn van uitspraken wel zorgwekkend. Het gaat namelijk allemaal uit van een beperkte uitleg van het begrip neutraliteit. De discussie wat neutraliteit nu daadwerkelijk is en of we allemaal neutraal moeten willen zijn, lijkt niet gevoerd te willen worden.
Want wie bepaalt wat neutraal is? Is dat de meerderheid en kan daardoor de minderheid sowieso niet neutraal zijn? Kan een persoon met een hoofddoek niet neutraal zijn?
Het staat haaks op het huidige maatschappelijke klimaat waar iedereen vooral zichzelf moet kunnen zijn, maar vrouwen voor een baan verplicht worden de hoofddoek af te doen of elders werk te zoeken. Dat ‘neutraal’ tegenwoordig als synoniem wordt gebruikt voor ‘seculier’ is een verarming van de tolerantie.
Voor wie hiermee te maken krijgt
Hieronder nog enkele tips voor personen die hiermee in aanraking komen:
Door:
Elsa van de Loo, advocaat bij Advocatenkantoor Van de Loo
Lotfi Oulad Ben Youssef, rechtenstudent en stagiair bij Advocatenkantoor Van de Loo
Het bericht Strengere eisen voor werkgever bij hoofddoekverbod verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Oprukkende religieuze apartheid in Europa verscheen eerst op Daliel.
]]>In tegenstelling tot wat bepaalde moslims denken, is dit niet ‘het ware gezicht van het secularisme’. Sla het Oude Testament of de joodse geschriften er maar eens op na en bedenk in welke mate de inhoud ervan overeenkomt met ‘de waarden van de Republiek’.
Terechte vraag: Hoe vaak lezen jullie dat dominees of rabbijnen worden ontslagen in Frankrijk? Als het werkelijk ging om het “ware gezicht van het secularisme” dan zou deze afschuwelijke politieke lijn ook waargenomen moeten worden ten aanzien van andere geloofsgemeenschappen, wat niet het geval is.
Er is dan ook geen sprake van secularisme maar van religieuze apartheid en islamofobie. Overigens probeerde de minister de imam ook nog eens extra te vernederen (lees: in ongeloof te laten vallen), door hem een aanbod te doen: neem afstand van de Koranverzen en je mag weer aan het werk en je verblijfsvergunning wordt niet ingetrokken. De imam weigerde uiteraard, wal-hamdulillaah, waarop de minister te kennen gaf dat zij werken aan zijn uitzetting.
Helaas onderschatten vele moslims de ernst van dit soort gebeurtenissen. Immers, dit speelt zich toch ver van onze bedden af en in Nederland zal het echt niet zo’n vaart lopen, toch? Niets is minder waar. We hebben de afgelopen jaren namelijk gezien dat er een verschrikkelijke, islamofobe wind waait door heel Europa en de gevolgen worden steeds duidelijker merkbaar. Ook in Nederland.
Om je geheugen op te frissen, dit is hoe de vrijheid van meningsuiting voor islampredikers in Nederland steeds meer ingeperkt werd:
– Eerst sprak men in Nederland over extreme buitenlandse predikers. Hier moest een ban op komen.
– Hierna ging het over buitenlandse predikers in het algemeen. Voor jullie beeldvorming: het is zo’n beetje onmogelijk geworden om een visum te regelen voor een buitenlandse Shaych of geleerde.
– Vervolgens werden de pijlen gericht op de Arabischsprekende predikers in Nederland.
– Als kers op de taart worden de pijlen nu keer op keer gericht op de Nederlandssprekende predikers, die hier geboren en getogen zijn en zich netjes binnen de kaders van de wet bewegen (zonder hiermee te impliceren dat eerdergenoemden dit niet deden).
Ook in Frankrijk ging het stapsgewijs. Eerst had men het over ‘een extreme interpretatie van de Koran’. Het probleem lag dus niet in de Koran zelf, maar in de interpretatie die mensen eraan toekenden.
Je kunt je wel voorstellen hoe blij de munaafiqoen (hypocrieten), onwetende moslims en zakkenvullers waren met dit standpunt. Immers, ons heilige boek wordt gewoon geaccepteerd.
Het heeft niet lang geduurd alvorens men ronduit durfde te zeggen dat het probleem ligt in de Koran zelf. Ik kan me volgens mij ook herinneren dat een politicus in Nederland zoiets gezegd heeft…
Om verder te gaan met het lijstje aan beperkingen waarmee wij in Nederland geconfronteerd worden:
– Het verbod op buitenlandse financiering. We hebben zelfs een hele parlementaire ondervragingscommissie achter de kiezen.
– De perikelen rondom het onverdoofd slachten.
– Het niqabverbod.
– Het bemoeilijken van het stichten van islamitische scholen.
En de lijst gaat door. Ik sprak een tijdje geleden een advocaat en professor die aangaf dat hij één van de weinige juristen is die zich verzet tegen het onderscheid tussen onwettig en onwenselijk. Ja, als imam kan je in Nederland vervolgd worden op het moment dat je iets zegt dat ’onwenselijk’ is, al valt het gewoon binnen de wet. Denk eens goed na over wat de mogelijke gevolgen zijn van dit gegeven.
Denk je nog steeds dat de Franse casus ver van ons bed ligt?
Misschien dat er moslims zijn die denken dat het allemaal wel meevalt. Zolang wij moslims niet fysiek kwaad worden gedaan en worden uitgemoord, zoals dat wel gebeurde bij de Bosniërs, dan valt het allemaal wel mee. Maar is dat echt zo?
Ik zal je een ellenlang betoog besparen over wat haatboodschappen en angst kunnen doen met mensen.
Ik wil je enkel vragen: wat voor zin heeft je leven nog op het moment dat je de Woorden van Allah de Verhevene niet ongestraft kunt lezen?
Een geleerde van de vrome voorgangers vroeg zijn student: “Ken jij de Koran uit jouw hoofd?”
De student antwoordde: “Nee.” De Shaych zei: “Wat een gemis! Waarmee vind jij jouw geluk dan? Waarmee kom jij dan tot rust?”
Wat voor zin heeft het leven nog op het moment dat je niet kunt leven voor hetgeen waarvoor je bent geschapen? Op het moment dat je niet langer de overtuiging mag dragen die voorgeschreven is door de Heer der Werelden, wat voor zin heeft het leven dan?
Aan ons moslims in Nederland is het om niet neer te kijken op het Franse voorbeeld; aan ons is het om dit op de voet te volgen. Tevens aan ons moslims de taak om onze handen ineen te slaan en op alle niveaus een (uiteraard figuurlijke) vuist te vormen tegen deze gevaarlijke islamofobe wind.
Het bericht Oprukkende religieuze apartheid in Europa verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Hoe mijn aanbiddingen een ziel kregen verscheen eerst op Daliel.
]]>Het was een vraag die mij dieper deed nadenken over de rituelen van de hadj en over andere rituelen zoals het bidden en het vasten.
Mijn aanbiddingen waren zielloos
Het had enige tijd nodig om tot de conclusie te komen dat mijn ibaadah (aanbiddingen) dood en zielloos waren. Het verklaarde veel voor mij en had mij min of meer wakker geschud. Daden die niets meer zijn dan een lichamelijke inspanning zijn even vruchteloos als een zielloos lichaam. Ik kan me voorstellen dat het hard klinkt, maar dat is de realiteit; het is namelijk overgeleverd dat sommige vastenden niets van hun vasten overhouden, behalve honger en dorst en dat een biddende niets overhoudt van zijn gebed, behalve de kleine momenten wanneer hij bij bewustzijn is.
Dat had mij (jammergenoeg pas achteraf) ertoe aangezet om te onderzoeken wat de hadj met mij had moeten doen. Met dit artikel wil ik de lezers aansporen hetzelfde te doen. En omdat nadenken over onze aanbiddingen niet mogelijk is zonder kennis van de relevante achtergrondverhalen, zet ik in dit artikel graag kort en overzichtelijk de achtergrondverhalen van de hadj en het offerfeest uiteen.
De meeste rituelen van de hadj hebben een sterk verband met het historische verhaal van een gezegend gezin. Een gezin zo gezegend, dat het voor iedere moslim verplicht is om er dagelijks herhaaldelijk doe’a voor te doen. In elk gebed spreken wij namelijk de salaat en salaam uit voor het gezin van de profeet Ibrahim – de Aali Ibrahim.
Het is een gezin dat een geweldig voorbeeld is voor de gelovigen. Allah openbaart ons, dat de profeet Ibrahim (v.z.m.h.) en zijn vrouw Sara oud waren geworden, maar hun kinderwens niet los konden laten. Sara kon door haar ouderdom vrijwel zeker geen kind meer krijgen, maar voor Ibrahim (v.z.m.h.) was het nog mogelijk. Daarom koos Sara ervoor om haar bediende, Hadjar (Hagar) aan te bieden als vrouw voor Ibrahim (v.z.m.h.). Hadjar raakte zwanger en kreeg een gezegende baby, genaamd Ismaa’iel.
Hadjar en haar volledige vertrouwen in Allah
Er is tot zover nog geen spanning in het verhaal. Maar dat verandert op het moment dat de liefdevolle vader Ibrahim (v.z.m.h.), besloot zijn vrouw Hadjar en haar zuigeling Ismaa’iel mee te nemen op reis. Een reis die lang duurde. Zij legden grote afstanden af via woeste, droge woestijnen. Heuvel op en heuvel af, even uitrusten en dan weer verder, totdat zij ergens aankwamen waar geen teken van leven waarneembaar was. Hij gaf zijn vrouw wat te eten en te drinken en vertrok zonder om te kijken! Hadjar vroeg hem herhaaldelijk verbaasd: “Ga je ons hier achterlaten?” Maar hij gaf geen antwoord.
Hadjar vroeg hem: “Doe je dat omdat Allah dat van jou vraagt?”
Ibrahim v.z.m.h. bevestigde haar vermoeden: “Ja.”
Het was een opdracht van Allah.
De wijze vrome vrouw zei met volle vertrouwen in Allah: “Dan zal Allah ons niet in de steek laten”.
Hadjar stond alleen met haar baby Ismaa’iel in een leeg land; het enige dak boven hen was de hemel, de enige grond onder hen was het zand en ze waren omringd door somber uitziende bergen… Verder was er niets te zien. Er was niets te beleven en geen kans van overleven.
Hadjar had er vertrouwen in dat het goed zou komen, maar zij wist ook dat een mens moeite hoort te doen om naar de gunsten van Allah te zoeken. De gunsten van Allah zijn voor jou gereserveerd, maar je moet ernaar op zoek gaan en deze vervolgens vastpakken. Dat was de essentie van tawakkoel (vertrouwen op Allah) zoals haar man haar dat had geleerd.
Ze kwam in actie, ongeacht de omstandigheden, die geen ruimte gaven voor een glimp van hoop. Maar Allah is de Schepper van middelen en de Schenker van succes en de Enige Helper in moeilijkheden. Terwijl haar machteloze baby Ismaa’iel op de grond lag, liep ze naar een berg, stond op de top en keek in de verte of er teken van leven was. Ze liep gauw naar beneden toe, terug naar haar baby. Daarna liep ze naar een berg aan de andere kant, stond weer op de top en keek in de verte of er teken van leven was. Wederom liep ze naar beneden toe, terug naar haar baby.
Dat deed zij zeven keer. Deze twee bergen hebben de naam ‘Safa’ en ‘Marwa’. Lopen tussen de Safa en de Marwa (Sa’ie) is een van de rituelen van de hadj. Kun jij je dan voorstellen wat voor belangrijke leringen uit zo’n handeling te halen zijn en watvoor indruk dat zou moeten achterlaten bij jou als hadji op dat moment?
De redding voor onze moeder Hadjar en haar kind kwam niet uit de verte waar zij steeds naar keek, maar juist van onder de voeten van de kleine Ismaa’iel. Allah is de enige die bepaalt waar, wanneer en hoe de verlossing komt.
…وَمَن يَتَّقِ اللَّهَ يَجْعَل لَّهُ مَخْرَجًا ﴿٢﴾ وَيَرْزُقْهُ مِنْ حَيْثُ لَا يَحْتَسِبُ…
(…) En wie Allah vreest, die zal Hij een uitweg verschaffen. (2) En Hij zal in zijn levensonderhoud voorzien vanwaar hij er niet op rekent (…)[1]
In de stilte van de woestijn, die alleen verstoord werd door het zachte gefluit van de wind, hoorde Hadjar een aangenaam geluid. Het geluid was niet aangenaam door de mooie klank, maar door de associatie die ermee gemaakt kan worden. Het was het geluid van het leven: “…en Wij hebben uit water al het levende gemaakt.”[2] Het was het geluid van het springende water uit de Zamzam-bron. Zo begrijp je dat het soennah is om na de ‘Sa’ie’ tussen Safa en Marwa, Zamzam-water te gaan drinken. Het uitvoeren van dit ritueel is het in de voetsporen treden van een gezegende vrouw, de moeder der gelovigen Hadjar, vrede zij met haar en haar gezin.
Zekerheid en stabiliteit ontstonden toen er een karavaan bij de bron aankwam waarvan de reizigers Hadjar verzochten om te mogen blijven. Hadjar accepteerde het, maar benadrukte dat zij de eigenaar is van de waterbron en zo garandeerde zij haar positie en bron van inkomsten voor haar en haar kind Ismaa’iel. Een slimme en wijze vrouw die gebruik wist te maken van de mogelijkheden die Allah haar had gegeven.
Het was het plan van Allah om uitgerekend deze plaats voor hen uit te kiezen. Wat Hadjar niet wist, is dat deze plaats gezegend is en gezegend zal blijven tot de aarde vergaat. Dat begrijpen wij uit de smeekbede van profeet Ibrahim toen hij hen achterliet:
رَّبَّنَا إِنِّي أَسْكَنتُ مِن ذُرِّيَّتِي بِوَادٍ غَيْرِ ذِي زَرْعٍ عِندَ بَيْتِكَ الْمُحَرَّمِ رَبَّنَا لِيُقِيمُوا الصَّلَاةَ فَاجْعَلْ أَفْئِدَةً مِّنَ النَّاسِ تَهْوِي إِلَيْهِمْ وَارْزُقْهُم مِّنَ الثَّمَرَاتِ لَعَلَّهُمْ يَشْكُرُونَ ﴿٣٧﴾
“Onze Heer! Voorwaar, ik heb mijn kinderen achtergelaten in een onbegroeide vallei bij Uw gewijde huis. Onze Heer! (ik liet hen achter) zodat zij de salaat zullen onderhouden, laat daarom de harten van de mensen tot hen neigen, en voorzie hen van vruchten. Hopelijk zullen zij dankbaar zijn.”[3]
“Voorwaar, dat is zeker de duidelijke beproeving.”[4]
Wij mensen willen graag nakomelingen. Dat zit in ons instinct. Maar vroeger was het ook zo dat nakomelingen hun ouders onderhielden wanneer die te oud waren om voor zichzelf te zorgen. Profeten vroegen hun nakomelingen veelal om hen bij te staan op de weg van de da’wah (het verkondigen van de islam). Allah had de profeet Ibrahim (v.z.m.h.) begunstigd met diens zoon Ismaa’iel, waarop hij meer dan 80 jaar had gewacht. Ismaa’iel groeide op in de heilige stad Mekka en werd opgevoed door zijn vrome en wijze moeder, Hadjar. Ibrahim (v.z.m.h.) heeft zijn kind zien opgroeien en sterk en verantwoordelijk zien worden. Zijn dromen kwamen bijna uit en hij zag zijn plannen realiteit worden. Maar toen Ismaa’iel volgroeid was, brak het moment aan dat hen een geweldige beproeving tegemoet kwam.
Ibrahim v.z.m.h. zag in zijn droom dat hij Ismaa’iel offerde. En omdat dromen van profeten Goddelijke opdrachten waren, aarzelde de profeet Ibrahim (v.z.m.h.) niet om ten uitvoer te brengen wat hij had gezien, hoe zwaar dat ook was.
Hij informeerde Ismaa’iel: “Ik zag in mijn droom dat ik jou offerde, kijk maar wat je ervan vindt”[5].
Ismaa’iel toonde net zo’n hoge toewijding als zijn vader, aarzelde niet en antwoordde: “Mijn vader, doe wat jou bevolen is.”[6]
Dit moment van het verhaal blijft mijn nafs (ego) exposen voor mijn ogen; hoe zit het met míjn gehoorzaamheid jegens mijn Heer (s.w.t.)? Wat is meer geliefd voor mij: hetgeen wat Allah van mij Wilt, of hetgeen ik graag voor mijzelf wil? Hetgeen wat Allah van mij Wilt is alleen maar goed en vol profijt en positiviteit, al lijkt het voor mij soms anders. Hetgene wat ik daarentegen voor mezelf wil, kan mij in veel gevallen leiden naar het verkeerde pad en kan negatieve gevolgen hebben.
De Profeet Ibrahim (v.z.m.h.) en zijn zoon Ismaa’iel liepen naar de plaats waar het offeren plaats zou vinden. De vader sleep zijn mes en haalde het over de keel van Ismaa’iel. Hij, Allah, Die het vuur ooit de mogelijkheid had ontnomen te branden,[7] ontnam het mes de mogelijkheid te snijden. Hij, Allah s.w.t. had de profeten Ibrahim en Ismaa’iel (v.z.m.h.) tot het uiterste beproefd, zodat het een leermoment blijft voor alle gelovigen tot de Dag des Oordeels. Je zorgt voor een hoge positie bij Allah wanneer je volhardt tot het uiterste in tijden van beproeving en niet wanneer je vanaf het begin al afvalt.
إِنَّ هَٰذَا لَهُوَ الْبَلَاءُ الْمُبِينُ
وَفَدَيْنَاهُ بِذِبْحٍ عَظِيمٍ
“Voorwaar, dat is zeker de duidelijke beproeving.
En Wij gaven hem ter vervanging een groot offerdier.”[8]
Dat is het verhaal van het offerdier, dat wij ieder jaar laten slachten. Het is heel jammer dat de meesten in onze gemeenschap het slachten van een eigen offer niet meemaken, waarbij hun harten op dat moment zeggen: “O Allah, hierbij mijn offer als gebaar van opoffering. Ik offer mijn eigen wil op wanneer het tegenover Uw Wil[9] staat, zonder aarzelen of treuzelen.”
Middels deze twee achtergrondverhalen, nodig ik iedere lezer uit om zowel deze, als alle andere verhalen uit de Koran en de Soennah diep te overpeinzen. We moeten begrijpen dat die verhalen er niet zijn om ons te vermaken, maar om ervan te leren en om in de voetsporen van de geliefden van Allah te treden. Daarbij gaat het vooral om het niet zielloos verrichten van onze aanbiddingen en handelingen, opdat wij steeds dichter bij onze Schepper komen, door onze innerlijke kwaliteiten te verbeteren en de juiste mindset te hebben. Als wij dat niet doen zullen onze aanbiddingen weinig effect hebben.
[1] Koran hoofdstuk 65 At-Talaaq, een deel uit vers 2 en 3
[2] Koran hoofdstuk 21 Al-Anbiyaa’ een deel uit vers 30
[3] Koran hoofdstuk 14 Ibraahiem vers 37
[4] Koran 37:106
[5] Koran hoofdstuk 37 As-Saaffaat deel van vers 102
[6] Koran hoofdstuk 37 As-Saaffaat deel van vers 102
[7] Koran hoofdstuk 21 Al-Anbiyaa’ verzen 68-69
[8] Koran hoofdstuk 37 As-Saaffaat verzen 106 en 107
[9] De (Shar’ie-wil) en niet de (Qadarie-wil). Shar’ie-wil is wat Allah van Zijn dienaren vraagt. Qadarie-wil is wat Allah wil dat het gebeurt.
Het bericht Hoe mijn aanbiddingen een ziel kregen verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Waarom al-Quds (Jeruzalem) ons allemaal aangaat verscheen eerst op Daliel.
]]>Op meerdere plaatsen in de Koran worden al-Quds en de Aqsaa moskee omschreven als gezegende en heilige plaatsen. De betekenis van zegeningen in deze verzen houdt de vermeerdering van goedheden in. Vanwege de grootse deugd van deze plek heeft Allah deze plek voor de Profeet (vrede zij met hem) aangesteld als vertrekpunt voor zijn hemelreis (al-mi’raadj). Zo zegt Allah:
Verheven is Degene (Allah) Die Zijn dienaar (Mohammed) ‘s nachts vanuit al-Masjid al-Haraam (de heilige moskee in Mekka) naar moskee al-Aqsaa deed reizen, waarvan Wij alles daaromheen hebben gezegend.[1]
Toen Allah sprak over de eerste emigratie van Ibraahiem naar Jeruzalem en ash-Shaam zei Hij:
En Wij redden hem en Loet (en leidden hen) naar het land dat Wij hebben gezegend voor de werelden.[2]
Ook zegt Hij:
En Wij lieten het volk dat onderdrukt werd de oostelijke en westelijke van het land erven, die door Ons gezegend waren.[3]
En met betrekking tot het verhaal van de Profeet Sulaymaan zegt Allah:
En voor Sulaymaan raasde de stormachtige wind op zijn bevel naar het land dat door Ons gezegend was.[4]
Bij monde van de Profeet Moesaa zegt de Meest Genadevolle:
O mijn volk, treed het heilige land binnen dat door Allah aan jullie is toegewezen.[5]
En ook over de overvloedige luxe die de inwoners van Saba` (Sheba) hadden, zegt Allah:
En wij plaatsten tussen hen en de steden die door Ons gezegend waren, steden die goed zichtbaar waren.[6]
Met de steden in dit vers wordt onder meer gedoeld op de steden rondom Bayt al-Maqdis (Jeruzalem), zoals Ibn ‘Abbaas heeft gezegd.
Ook omschrijft de Koran deze plaats als een vruchtbaar en opgehoogde verblijfplaats, met stromend water:
‘’En wij maakten de zoon van Maryam en zijn moeder tot een teken. En Wij brachten hen naar een opgehoogde verblijfplaats met stromende water.’’[7]
Ad–Dahhaak en Qataadah zeiden hierover: ‘’Het is Bayt al-Maqdis.’’
Verder zegt Allah ook:
En wie is er onrechtvaardiger dan degene die verhindert dat er in de moskeeën van Allah zijn Naam verheerlijkt wordt en de vernietiging hiervan (d.w.z. van de moskeeën) nastreeft? [8]
Vele tafsiergeleerden hebben aangegeven dat dit vers verwijst naar de Aqsaa moskee in Bayt al-Maqdis.
Tot de voortreffelijkheden van deze moskee behoort:
Het is de eerste qiblah (gebedsrichting) van de moslims. Al-Baraa` overleverde dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zestien of zeventien maanden lang richting Bayt al-Maqdis heeft gebeden.[9]
De Aqsaa moskee is de tweede moskee die op aarde is gebouwd. Aboe Dharr zei: ‘’Ik vroeg: ‘O Boodschapper van Allah, welke moskee is als eerst op aarde geplaatst?’ Hij zei: ‘Al-Masdjid al-Haraam.’ Vervolgens zei ik: ‘En daarna?’ Hij zei: ‘Al-Masdjid al-Aqsaa.’ Hierop zei ik: ‘Hoeveel tijd zat er tussen beiden?’ Hij zei: ‘Veertig jaar. Waar jij je ook bevindt, zodra de tijd voor het gebed aanvangt, verricht dit dan. Hierin bevindt zich namelijk de deugd’.’’[10]
De Daddjaal is niet in staat om Bayt al-Maqdis binnen te treden. De Profeet (vrede zij met hem) heeft namelijk gezegd: ‘’Hij zal overal op aarde verschijnen, behalve in al-Haram en Bayt al-Maqdis.’’[11]
Op deze plek heeft de Profeet (vrede zij met hem) als imam gefungeerd voor de overige Profeten. Zo zei hij: ‘’De tijd voor het gebed brak aan, waarna ik voorging (in het gebed).’’[12]
Een gebed hier is gelijk aan 250 gebeden elders. Sommige overleveringen spreken zelfs over 500 en 1.000 keer meer! De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: ‘’Een gebed in mijn moskee is beter dan vier gebeden daar (d.w.z. in Bayt al-Maqdis) en wat een pracht van een plek is het om er te bidden.’’[13]
Maymoenah, de bediende van de Profeet (en dus niet zijn vrouw), zei: “O Profeet van Allah, vertel ons over Bayt al-Maqdis”, waarop hij zei: “Het is de plek waar de mensen opgewekt en verzameld zullen worden. Ga ernaar toe en verricht daar het gebed.”[14]
Het is één van de drie moskeeën waar men een reis (met intentie van speciale beloning) naartoe mag afleggen. Aboe Sa’ied al-Gudrie overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: ‘’Reis niet om een plaats te bezoeken, behalve (in het geval van) drie moskeeën: Masdjid ul-Haraam (in Mekka), deze moskee van mij (in Medina) en Masdjid ul-Aqsa.’’[15]
Het feit dat het toegestaan is om de reis af te leggen naar deze moskee als bezoek duidt erop dat de Profeet deze moskee een speciale positie toekent. Haar positie en de zegeningen die zich hier bevinden worden daarom in hetzelfde rijtje genoemd met die van al-Haramayn (Mekka en Medina).
Voor degene die de Aqsaa moskee bezoekt met de intentie om daar het gebed te verrichten, wordt gehoopt dat zijn zonden vergeven worden. ‘Abdullaah ibn ‘Amr overleverde dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: ‘’Nadat Sulaymaan ibn Daawoed klaar was met het bouwen van Bayt al-Maqdis vroeg hij Allah om drie zaken: een oordeel dat overeenkomt met Zijn Oordeel, een heerschappij die niemand anders na hem zal toekomen én dat Allah eenieder die deze moskee bezoekt met enkel de intentie om hier het gebed te verrichten, laat worden zoals op de dag dat zijn moeder hem baarde (d.w.z. zondeloos).’’ Hierop zei de Profeet (vrede zij met hem): ‘’Twee hiervan zijn hem gegeven en ik hoop dat dit ook geldt voor de derde.’’[16]
De Koran en de Sunnah wijzen uit dat de kwestie van al-Quds er één is die alle moslims aangaat. Het betreft hier dus geen regionale kwestie, maar het is er een van al-‘aqiedah (geloofsovertuiging) en imaan (geloof). Om deze reden is de moslim verplicht om deze kwestie te steunen door deze steeds aan de kaak te stellen, gelddonaties te geven aan erkende organisaties die zich sterk maken voor de rechten van Palestijnen en het vragen aan Allah om de last van onze broeders en zusters te verlichten en hen te beschermen.
Men dient te beseffen dat het verrichten van smeekbedes het sterkste wapen is, mits deze ontspruit uit een hart dat gekenmerkt wordt door oprechtheid en een zuivere toewijding aan Allah. Hetgeen wat de moslim vandaag de dag hartzeer bezorgt is de verdeeldheid die heerst onder de moslims. Dit terwijl Allah ons heeft opgedragen om een eenheid te vormen, zeggende:
En houd jullie allen stevig vast aan het touw van Allah en wees niet verdeeld.[17]
Ook zegt Allah:
En gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper en redetwist niet (met elkaar), zodat jullie niet verzwakken en jullie kracht niet zal worden weggenomen.[18]
Om deze reden dient de moslim ver weg te blijven van al datgene wat leidt tot onderlinge verdeeldheid, zoals onrecht, roddel, laster en schending van andermans rechten. Dit alles leidt namelijk tot wrokgevoelens in het hart.
Wat wij als moslims in het westen kunnen betekenen in deze zaak is dat wij het geluid van de Palestijnen die onrecht worden aangedaan laten horen. Wij dienen politici, media en mensenrechtenorganisaties op het hart te drukken om op te staan en deze kwestie serieus te nemen, zodat de rechtmatige inwoners in dat gebied hun grond behouden.
Probeer op alle mogelijke manieren de Palestijnse zaak onder de aandacht te brengen, ook in je sociale omgeving (o.a. door dit artikel te delen).
Moge Allah onze broeders en zusters in Palestina beschermen tegen elke vorm van onrecht en onderdrukking. Moge Allah Bayt al-Maqdis behoeden en de Maqaadisah (inwoners van Jeruzalem) bijstaan en standvastig maken. Vergeet hen niet in jullie gebeden!
[1] Soerah al-Israa’, vers 1
[2] Soerah al-Anbiyaa`, vers 71
[3] Soerah al-A’raaf, vers 137
[4] Soerah al-Anbiyaa`, vers 81
[5] Soerah al-Maa`idah, vers 21
[6] Soerah Saba’, vers 18
[7] Soerah al-Mu`minoen, vers 50
[8] Soerah al-Baqarah, vers 114
[9] al-Buchaarie en Muslim
[10] al-Buchaarie en Muslim
[11] Ahmad
[12] Muslim
[13] al-Haakim en at–Tabaraanie
[14] Ahmad en Aboe Daawoed
[15] al-Buchaarie en Muslim
[16] Ahmad, an-Nasaa`ie, Ibn Maadjah
[17] Soerah Aal ‘Imraan, vers 103
[18] Soerah al-Anfaal, vers 46
Het bericht Waarom al-Quds (Jeruzalem) ons allemaal aangaat verscheen eerst op Daliel.
]]>