acf domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /var/www/vhosts/battoui.nl/httpdocs/daliel/wp-includes/functions.php on line 6131wordpress-seo domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /var/www/vhosts/battoui.nl/httpdocs/daliel/wp-includes/functions.php on line 6131Het bericht Meestgestelde vragen over het offeren verscheen eerst op Daliel.
]]>Het offeren is sterk aanbevolen voor man, vrouw, jong, oud, getrouwd, vrijgezel, ingezetene en reiziger (met uitzondering van de bedevaartganger). Wel geldt hierbij dat men het zich financieel moet kunnen veroorloven en het offeren er niet toe leidt dat de persoon in kwestie hierdoor de rest van het jaar (financiële) schade ondervindt. Het is afkeurenswaardig om het offeren zonder geldige reden na te laten.
Kortom, het is een Soennah voor elke persoon die (religieus) toerekeningsvatbaar wordt geacht en hiertoe in staat is. De suggestie dat het offeren slechts voorgeschreven is voor degene die getrouwd is, is ongegrond. Ook is het incorrect om te denken dat het offeren slechts voorgeschreven is voor de vrouw als zij onder de hoede van haar echtgenoot valt, zodat hij kan offeren namens haar en haar gezin. Daarentegen geldt dat het offeren is voorgeschreven voor eenieder die in staat is om dit te bekostigen, ongeacht of hij getrouwd, vrijgezel of gescheiden is en wel of geen kinderen heeft.
Het meest essentiële doel van het offeren is dat de dienaar zich onderwerpt aan Allah en dichterbij zijn Heer komt middels het slachten van het offer. Het is aanbevolen om zelf van het offer te eten. Dus wanneer iemand zijn offer brengt en dit vervolgens schenkt aan anderen of als liefdadigheid weggeeft en hier zelf niets van eet, dan is zijn offer correct. Hieruit kunnen we opmaken dat het niet eten of lusten van vlees geen reden zou moeten zijn voor de moslim om geen offer te brengen. Slacht dus jouw offer en schenk dit of geef het weg als liefdadigheid.
Allah zegt in de Koran (interpretatie van de betekenis):
“Het is niet hun vlees of hun bloed dat Allah bereikt, maar wat hem bereikt is jullie Taqwa (godsvrucht).”
(Soerat al-Haddj: 37)
Ja, namelijk:
In eerste instantie gaat de voorkeur uit naar het zelf slachten, omdat dit een vorm is van aanbidding. Het uitgangspunt bij aanbiddingen is altijd dat het zelf uitvoeren van de aanbidding de voorkeur geniet boven het aanstellen van een andere persoon. Als het niet mogelijk is om zelf het offer te slachten, dan is het aangeraden om op z’n minst aanwezig te zijn bij het slachten. En als dit laatste ook niet mogelijk is, dan is het voldoende om iemand aan te stellen die namens jou slacht, zoals bevestigd is in Sahieh al-Boekhaarie.
Dit verschilt per situatie en heeft te maken met de intentie:
Als men het geld verstuurt naar een ander met de intentie om het offer namens hem (d.w.z. degene die wenst te offeren) te brengen, en het vlees wordt vervolgens geschonken aan de aangestelde persoon of aan anderen, dan komt degene die offert zowel de beloning van het offeren als die van liefdadigheid toe. Maar als men het geld verstuurt met de intentie dat de ander een offer kan kopen voor zichzelf, dan komt hem (degene die het geld stuurt) alleen de beloning toe van liefdadigheid en niet van het offeren zelf.
Als kanttekening is het belangrijk om te weten dat de beloning van het offeren groter is dan die van liefdadigheid. Imam Ibn ul-Qayyim heeft gezegd: “Het zelf offeren waar jij op dat moment bent is beter dan liefdadigheid, zelfs wanneer deze (liefdadigheid) meer waard is dan het offer, zoals al-Hady (offer gedurende de Hadj) en het offerdier. Want de essentie van het offeren is namelijk het slachten en het laten vloeien van het bloed.”[1]
Het geven van liefdadigheid is niet gelijk aan het offeren (in beloning), zelfs niet wanneer de waarde van de liefdadigheid meerdere malen hoger is dan die van het offer. Het bewijs hiervoor is het feit dat de mensen in de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) in een bepaald jaar werden getroffen door een hongersnood en het Offerfeest aanbrak. Desondanks heeft hij (vrede zij met hem) hen niet opgedragen om de waarde van het offer in geld te verdelen onder de armen. Maar hij stemde in met het slachten van het offer en droeg hen vervolgens op om het vlees te verdelen onder de armen.
Hieruit kan worden opgemaakt dat het slachten van een offer beter is dan de waarde ervan uit te geven als liefdadigheid. Wanneer de mensen het slachten zouden vervangen door liefdadigheid zal een grootse Soennah – die in de Islam hoog staat aangeschreven – dreigen uit te sterven. Hierdoor zullen de generaties na ons deze Soennah vergeten vanwege het feit dat zij hun voorvaderen nooit hebben zien slachten maar enkel en alleen de waarde van offers als liefdadigheid hebben zien uitgeven.
Mocht het echter zo zijn dat er in sommige gevallen sprake is van een sterke behoefte om het offerdier te laten slachten in een ander land omdat de behoefte daar groter is, dan is hier niets op tegen.
Het is voor de vrouw toegestaan om haar offer te slachten. Sterker nog, het is een aanbevolen zaak voor haar als zij een offeraar is. Hetzelfde geldt voor de man. Zo droeg de metgezel Aboe Moesa al-Ashʿarie zijn dochters op om hun offers eigenhandig te slachten.[2]
De voorgeschreven tijd om het offer te slachten is nadat zowel het ʿIed-gebed als de preek ten einde zijn gekomen[3]. Indien de offeraar iemand anders heeft aangesteld om het offer te slachten, dient dit te gebeuren na het gebed en de preek van de aangestelde persoon en niet van de offeraar.
Al-Qaadie ʿAbdoel-Wahhaab al-Maalikie heeft hierover gezegd[4]: “De dagen van het offeren zijn de dag van het Offerfeest (1e dag) en de twee dagen daarna. Op de vierde dag wordt niet meer geofferd. Daarnaast dient het slachten overdag te gebeuren en niet ‘s avonds[5] vanwege de volgende woorden van Allah (interpretatie van de betekenis):
“En (zodat) zij de Naam van Allah op de bekende dagen zullen uitspreken (als dank) voor de veedieren waarmee Hij hen heeft voorzien.”
(Soerat al-Haddj 28)
De metgezel Ibnoe ʿOmar heeft tevens gezegd: “Het offeren is (nog) twee dagen na de dag van al-Adhaa.” [6]
Oftewel alleen dag 10,11 en 12 van Dhoel-Hiddjah.
Het is voor de arme die zichzelf nauwelijks van basisbehoeften kan voorzien niet aanbevolen om te offeren als hij het geld nodig heeft om te voorzien in zijn primaire levensbehoeften. Het is goed om te benadrukken dat het offeren een vorm van aanbidding is en geen gewoonte en daarom een aantal vereisten en regels heeft.
Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wanneer men geld wil lenen voor het kopen van een offer, en hij weet dat het terugbetalen geen zware last voor hem zal zijn, dan is hier niets op tegen. Maar hij is hier uiteraard niet toe verplicht.
De Tasmiyah is verplicht bij het slachten, mits men dit niet vergeet. Wanneer een moslim slacht en hij vergeet de Tasmiyah te zeggen, dan treft hem geen blaam. Al-Qaadie ʿAbdoel-Wahhaab al-Maalikie heeft hierover gezegd: “En wanneer de Tasmiyah wordt vergeten, dan is hier niets op tegen. Maar wanneer de Tasmiyah bewust wordt nagelaten, dan dient het (offerdier) niet te worden genuttigd.”[7]
Wanneer het offer vóór aanvang van het ʿIed-gebed wordt geslacht, wordt het beschouwd als een normaal geslacht dier dat geschikt is om te nuttigen maar niet als offer. Men dient een nieuw offer te slachten binnen de voorgeschreven tijden als hij wil dat het als offer wordt gezien. De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Het eerste waarmee we dienen te beginnen op deze dag van ons is het verrichten van het gebed, vervolgens keren we terug en slachten wij (ons offer). Dus eenieder die zo handelt heeft volgens de Soennah gehandeld, en eenieder die heeft geslacht vóór het gebed, heeft zijn familie (slechts) voorzien van normaal vlees en het wordt niet gezien als offer in geen enkel opzicht.”[8]
De intentie om te offeren is een vereiste, want het slachten kan voor verschillende doeleinden zijn zoals het verkrijgen van vlees, of nader tot Allah te geraken. De stelregel is dat een handeling geen aanbidding is behalve met een intentie.
Het is niet toegestaan om met meerdere personen één schaap te offeren. Imam an-Nawawie zegt hierover: “Ze zijn het er unaniem over eens dat het niet toegestaan is om te delen in een schaap.”[9]
Wel is het toegestaan dat bijvoorbeeld een zoon of dochter een geldbedrag schenkt aan de vader. Zodra hij dit geldbedrag heeft verkregen, wordt dit gezien als zijn bezit en hiermee kan hij dan vervolgens een offerdier aanschaffen. Op deze wijze worden ook de kinderen beloond, maar degene die feitelijk het offer brengt is één persoon, in dit geval de vader. De metgezel Aboe Ayyoeb al-Ansaarie zegt: “Men was gewoon om een schaap te offeren namens zichzelf en zijn gezin. Zij aten hier vervolgens van en gaven anderen ervan te eten.”[10]
Het is dus niet toegestaan om te delen in het offer, maar zij delen wel in de beloning. Eén schaap volstaat voor één persoon en zijn gezinsleden. Maar wie worden gezien als zijn gezinsleden? Volgens Imam Maalik zijn dit degenen die men verplicht is te onderhouden en bij hem wonen, ongeacht of het veel of weinig (in aantal) zijn.
De geleerden zijn het er dus unaniem over eens dat het niet toegestaan is om te delen in een schaap. De ash-Shaafiʿie en Hanbalie geleerden zijn de mening toegedaan dat het voor zeven personen mogelijk is om te delen in een koe of kameel.
Het is verboden om delen van het offer te verkopen zoals de vacht van het dier en dergelijke vanwege het feit dat het gaat om geld dat de dienaar heeft uitgegeven omwille van Allah. En het is daarom dus niet toegestaan om dit weer (deels) terug te nemen. Het is ook niet toegestaan om delen van het offer te gebruiken als ruilmiddel door bijvoorbeeld de slager een gedeelte van het vlees aan te bieden in ruil voor het slachten of snijden van het dier.
Het gaat in deze overlevering niet om een verbod maar om een handeling die afkeurenswaardig is. Dit is tevens de mening volgens de wetschool van Imam Maalik en Imam ash-Shaafiʿie.
Tot slot is het aan degene die offert om de intentie te zuiveren en middels het slachten dichterbij Allah te willen komen. Niet omdat het een gewoonte is en iedereen het doet, maar omdat het een aanbidding is. Hij dient hierbij met volle overtuiging en acceptatie te handelen. Tevens dient men zijn kinderen op de hoogte te stellen van zaken rondom het offeren en hen dit leren. Men dient bij het schenken en verdelen van het vlees voorrang te geven aan hen die dichtbij hem staan en degenen die het meest behoeftig zijn.
En Allah weet het het beste.
[1] Toehfat ul-Mawdoed bi Ahkaam il-Mawloed
[2] al-Boekhaarie
[3] Tevens dient men te wachten totdat de Imam zijn offer heeft geslacht indien dit bekend is, en anders wacht men een korte periode gelijk aan de duur van het offeren van een dier.
[4] al-Maʿoenah ʿalaa Madhhabi Ahl il-Madienah
[5] Dit is de mening van al-Maalikiyyah. De meerderheid van de geleerden houdt er echter de mening op na dat dit slechts afgeraden is en niet verboden.
[6] al-Moewatta’, en deze uitspraak is ook de mening van Imams Aboe Haniefah, Maalik en Ahmad Ibn Hanbal.
[7] al-Maʿoenah ʿalaa Madhhabi Ahl il-Madienah
[8] al-Boekhaarie en Moeslim
[9] Al-Minhaadj Sharh Moeslim
[10] at-Tirmidhie
[11] Moeslim
[12] Moeslim
[13] Al-Moestadrak al-Haakim
Het bericht Meestgestelde vragen over het offeren verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Hoe jij ook dít jaar een offer kan brengen voor ‘ied al-adhaa verscheen eerst op Daliel.
]]>Er zijn dit jaar veel zorgen omtrent het offer in het kader van ‘ied al-adhaa. Dit heeft onder andere te maken met berichten van boeren en tussenpersonen die betrokken zijn bij de slacht. Deze stellen dat het moeilijk is om lammeren te vinden die minimaal zes maanden oud zijn, wat een voorwaarde is in het islamitische recht. In dit artikel bespreek ik de (religieuze) achtergrond van dit probleem en mogelijke oplossingen.
Om te beginnen, wil ik benadrukken en de lezer herinneren aan het feit dat het offer van ‘ied al-adhaa een enorm verheven en belangrijke aanbidding is. In de Koran en de sunnah wordt veel nadruk gelegd op het offer en wordt de verdienste ervan beschreven.
Allah zegt in de Koran:
وَمَن يُعَظِّمْ شَعَائِرَ اللَّهِ فَإِنَّهَا مِن تَقْوَى الْقُلُوبِ
En wie de zichtbare rituelen van Allah eert; dat behoort zeker tot het godsbewustzijn van het hart.[1]
‘Zichtbare rituelen’ (sha’aa`ir) verwijst naar alle publieke manifestaties van het geloof en één van de grootste zichtbare rituelen is het offer tijdens ‘ied al-adhaa.[2]
Ook maakt Allah duidelijk dat het offer een teken van dankbaarheid is voor de gunsten die Hij ons gaf, waaronder het vee. Tevens is het brengen van een offer een teken van onderwerping en nederigheid ten opzichte van Hem. Allah zegt:
وَلِكُلِّ أُمَّةٍ جَعَلْنَا مَنسَكًا لِّيَذْكُرُوا اسْمَ اللَّهِ عَلَىٰ مَا رَزَقَهُم مِّن بَهِيمَةِ الْأَنْعَامِ ۗ فَإِلَٰهُكُمْ إِلَٰهٌ وَاحِدٌ فَلَهُ أَسْلِمُوا ۗ وَبَشِّرِ الْمُخْبِتِينَ
En voor iedere gemeenschap hebben Wij een offer vastgesteld, zodat zij de Naam van Allah uitspreken over het vee waarmee Wij hen hebben voorzien. En jullie God is één God, onderwerp jullie dus aan Hem. En verheug degenen die nederig zijn.[3]
Anders dan sommigen doen lijken, draait het offer niet om het vlees. Het offer symboliseert het godsbewustzijn dat het hart van de moslim draagt. Allah zegt:
لَن يَنَالَ اللَّهَ لُحُومُهَا وَلَا دِمَاؤُهَا وَلَٰكِن يَنَالُهُ التَّقْوَىٰ مِنكُمْ ۚ كَذَٰلِكَ سَخَّرَهَا لَكُمْ لِتُكَبِّرُوا اللَّهَ عَلَىٰ مَا هَدَاكُمْ ۗ وَبَشِّرِ الْمُحْسِنِينَ
Hun vlees en hun bloed bereikt Allah niet, maar het is jullie godsbewustzijn (taqwaa) dat Hem bereikt. Zo heeft Hij hen (het vee) dienstbaar gemaakt voor jullie, zodat jullie de grootsheid van Allah prijzen vanwege datgene waartoe Hij jullie geleid heeft. En verheug de weldoeners.[4]
Tot slot combineert Allah in de Koran regelmatig het offer met het gebed en dat laat zien dat het van hoge status is. Allah zegt:
قُلْ إِنَّ صَلَاتِي وَنُسُكِي وَمَحْيَايَ وَمَمَاتِي لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ
Zeg: ‘’Mijn gebed, mijn offer, mijn leven en mijn dood zijn voor Allah, de Heer van de werelden’’.[5]
En ook:
فَصَلِّ لِرَبِّكَ وَانْحَرْ
Verricht dus het gebed voor jouw Heer en offer.[6]
Ook in de sunnah wordt het offer van ‘ied al-adhaa benadrukt en gestimuleerd. Zo is overgeleverd dat de Profeet, sallallaahu ‘alayhi wa sallam, zei: ‘’Wie het breed heeft en niet offert, moet niet in de buurt komen van onze gebedsplaats.’’[7]
En er is overgeleverd dat hij zei: ‘’Een persoon verricht op de dag van het offer geen daad die geliefder is bij Allah, dan het laten vloeien van het bloed [van het offerdier].’’[8]
De meerderheid van de geleerden oordeelt dat het offeren van een offerdier (al-udhiyah) met ‘ied al-adhaa sterk aanbevolen is, voor degene die daartoe in staat is. Een andere groep geleerden, waaronder de Hanafies, beschouwen het zelfs als een verplichting.[9] Hoe dan ook, het is minimaal een zeer sterk aanbevolen sunnah en een publieke manifestatie van de Islam. Elke moslim die het zich kan veroorloven, zou er alles aan moeten doen om dit ritueel in praktijk te brengen, al betekent dit dat je je er maanden van tevoren op voorbereidt en hiervoor (vakantie)geld opzij legt.
De sharie’ah stelt voorwaarden aan het offer. Bepaalde voorwaarden hebben betrekking op degene die offert, andere gaan over het tijdstip waarop geofferd wordt en weer andere hebben betrekking op het offerdier. Op dat laatste wil ik dieper ingaan.
De voornaamste voorwaarden waar het offerdier aan moet voldoen, zijn de volgende:
1. De enige diersoorten die geofferd kunnen worden met ‘ied al-adhaa zijn kamelen, runderen, geiten en schapen. Andere diersoorten volstaan niet als offerdier (udhiyah). Hierover is consensus onder de geleerden.[10]
2. Het offerdier mag geen ernstige afwijkingen hebben, zoals dat het zichtbaar blind of mank is. Over dit uitgangspunt is overeenstemming onder de geleerden.[11] Zij verschillen alleen van mening over bepaalde details hieromtrent.[12]
3. Tot slot moet het offerdier voldoen aan de leeftijdseis. Een kameel moet minimaal vijf jaar oud zijn, een rund minimaal twee jaar, een geit minimaal een jaar en een lam van een schaap minimaal zes maanden.[13]
Er zijn, zoals eerder gezegd, veel zorgen over het offeren dit jaar. De grootste zorg heeft te maken met de leeftijd van het offerdier. Het lammerseizoen vindt plaats in het voorjaar, ongeveer tussen februari en april. Doordat ‘ied al-adhaa elk jaar een aantal dagen vroeger uitvalt, hebben we nu het punt bereikt dat de lammeren op het moment van het offerfeest vaak nog niet de leeftijd van zes maanden hebben bereikt. Veel moskeeën, die gewoonlijk offerdieren bestellen voor hun gemeenschap, en andere leveranciers geven aan geen of onvoldoende lammeren gevonden te hebben die aan de leeftijdseis voldoen. Om deze reden hebben veel moskeeën en leveranciers het offerdierproject voor dit jaar geannuleerd.
Een bijkomend probleem is dat, vanwege coronamaatregelen, veel slachthuizen dit jaar niet open zijn tijdens het offerfeest of met een sterk verminderde productie.[14] Degene die dus het geluk heeft voldoende offerdieren gevonden te hebben, ondervindt moeite bij het vinden van een slachthuis dat zijn offerdieren wil en kan slachten.
Omdat veel mensen vragen wat te doen in deze situatie, heb ik het volgende advies uiteengezet.
1. Het eerste wat ik eenieder adviseer, is je uiterste best te doen om een lam te vinden dat minimaal zes maanden oud is. Dat ze niet in overvloed zijn, wil niet zeggen dat ze er helemaal niet zijn. De reden dat ik dit artikel begon over het belang van het offeren, is dat ik wil benadrukken dat deze stap niet gemakzuchtig overgeslagen mag worden.
Het is sterk aanbevolen zo dicht mogelijk bij het offeren betrokken te zijn, omdat het een aanbidding is. En een aanbidding zelf op je nemen is beter dan het uitbesteden hiervan aan iemand anders.[15] Wie dus de mogelijkheid heeft om het lam eigenhandig te offeren, zou dit moeten doen. Wie dit niet kan maar wel aanwezig kan zijn tijdens de slacht, zou dit moeten doen. En het minimale wat je dient te doen, is het in ontvangst nemen van je offerdier en deze eigenhandig verdelen. Hierbij houd je een deel voor eigen consumptie, schenk je een deel aan buren en/of naasten en doneer je een deel aan behoeftigen. Allah zegt:
فَكُلُوا مِنْهَا وَأَطْعِمُوا الْقَانِعَ وَالْمُعْتَرَّ
Eet er dus van en voed de bedelende en de niet-bedelende behoeftige[16].[17]
2. Als het, na goed zoeken, niet gelukt is om een lam te vinden van minimaal zes maanden oud, raad ik aan om met zijn zevenen een rund te offeren. Het is namelijk mogelijk om in totaal met zeven mensen, of minder, te delen in het offer van een rund of kameel.
Djaabir ibn ‘Abdillah zei: ‘’Wij offerden met de Boodschapper van Allah, sallallaahu ‘alayhi wa sallam, in het jaar van al-Hudaybiyah, waarbij een kameel werd gedeeld door zeven mensen en een rund ook werd gedeeld onder zeven mensen.’’ En in een andere versie: ‘’…de Boodschapper van Allah, sallallaahu ‘alayhi wa sallam, beval ons om gezamenlijk een kameel of rund te offeren, met zijn zevenen één kameel (of rund).’’[18]
En ‘met zijn zevenen’ bedoelen we zeven huishoudens. Dus dat zeven vrienden of collega’s elk 1/7 van de prijs betaalt en zij het vlees onder hen verdelen. Eenieder geeft vervolgens zelf een deel van zijn vlees als sadaqah aan behoeftigen en eventueel aan naasten of familieleden.
3. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan adviseer ik om namens jou een offer te laten brengen in het buitenland. Hierbij geef jij de opdracht en het geldbedrag aan iemand die je vertrouwt om in een ander land namens jou een offerdier aan te schaffen en deze te offeren. Iemand anders het offer laten brengen namens jou is toegestaan met consensus van de geleerden.[19]
Let op: een veelgemaakte fout is het door elkaar halen van enerzijds het uitbesteden van het verrichten van het offer en anderzijds het geven van een sadaqah met de geldwaarde van het offer. Dit zijn twee totaal verschillende zaken.
Het uitbesteden of machtigen van iemand, zoals een familielid, kennis of een liefdadigheidsinstelling, houdt in dat jij hun de opdracht geeft om namens jou een offer te brengen in het buitenland. Diegene treedt dan op als jouw vertegenwoordiger en offert in jouw plaats het offerdier. In dit geval heb jij de sunnah van het offeren verricht en komt jou, inshaa` Allah, de beloning van een offer toe. Dit is echter niet het geval wanneer je in plaats van een offer een sadaqah geeft. Hierbij doneer jij namelijk de geldwaarde van een offer, bijvoorbeeld €250, aan behoeftige mensen of een liefdadigheidsinstelling, waarmee voedsel, kleding of andere benodigdheden worden gekocht. Dit is natuurlijk een goede daad, maar volstaat niet als offer. Deze persoon heeft de sunnah van het offeren niet vervuld. En de beloning van het offeren is, volgens alle wetscholen, groter dan de beloning van een sadaqah met de geldwaarde van een offerdier.[20]
Deze derde en laatste mogelijkheid is praktisch voor iedereen uitvoerbaar. Er zijn veel liefdadigheidsinstellingen die de dienst aanbieden om in opdracht van jou een offerdier te laten slachten in een behoeftig land. Het vlees wordt dan verdeeld onder de behoeftigen aldaar.
Er is islamitisch niets op tegen om een offerdier in het buitenland te laten offeren, als dit in je eigen regio niet mogelijk is. Zoals ik eerder al zei, verdient het de sterke voorkeur om het offerdier zelf te slachten of te laten slachten in jouw aanwezigheid. Nu die optie er echter voor veel mensen niet is, is het offeren in het buitenland een goed (en het enige) alternatief.
Kortom, niemand die in staat is om een offer te brengen, hoeft dat dit jaar over te slaan. Mocht het niet lukken een lam te vinden dat voldoet aan de leeftijdseis, is het toch mogelijk om op alternatieve manieren die de sharie’ah biedt een offer te brengen. En als je kiest voor het buitenland, denk er dan aan een werkelijk offer te brengen om deze publieke manifestatie van de Islam in stand te houden. Een willekeurige sadaqah kan immers op elk moment van het jaar en dient niet het offer te vervangen.
[1] Soerah al-Hadj, vers 32
[2] Madjmoe’ al-Fataawaa, Ibn Taymiyyah (overl. 728 h.)
[3] Soerah al-Hadj, vers 34
[4] Soerah al-Hadj, vers 37
[5] Soerah al-An’aam, vers 162
[6] Soerah al-Kawthar, vers 2
[7] Ibn Maadjah en Ahmad, overgeleverd door Aboe Hurayrah.
[8] At-Tirmidhie en Ibn Maadjah, overgeleverd door ‘Aa`ishah. Zowel deze hadieth als de vorige zijn van betwistbare authenticiteit.
[9] Al-Mawsoe’ah al-fiqhiyyah
[10]At-Tamhied, Ibn ‘Abdilbarr (overl. 463 h.); Al-Mawsoe’ah al-fiqhiyyah
[11] Maraatib al-Idjmaa’, Ibn Hazm (overl. 456 h.); At-Tamhied, Ibn ‘Abdilbarr (overl. 463 h.); Al-Mughnie, Ibn Qudamaah (overl. 620 h.)
[12] Al-Mughnie, Ibn Qudamaah (overl. 620 h.); Al-Mawsoe’ah al-fiqhiyyah
[13] Al-Mughnie, Ibn Qudamaah (overl. 620 h.)
[14] Betrokkenen zeggen hierover dat de oorzaak is dat veel slachthuizen de 1,5 meterregel niet kunnen handhaven in het slachthuis. Ook zouden veel slachthuizen nog steeds geen duidelijkheid hebben gekregen van het NVWA over of ze überhaupt open mógen zijn tijdens het offerfeest. Deze berichten heb ik echter niet geverifieerd.
[15] Al-Fiqh al-Islaamie wa adllatuhu, dr. Wahbah az-Zuhaylie
[16] In het vers worden de woorden al-qaani’ en al-mu’tarr gebruikt. Deze woorden zijn op een aantal manieren uitgelegd. Een bekende uitleg is dat het verwijst naar de bedelende en niet-bedelende behoeftige. Een andere uitleg is dat het ene verwijst naar de behoeftige die rondgaat en mensen vraagt en het andere naar gasten die op bezoek komen. Zie Tafsier Ibn Kathier.
[17] Soerah al-Hadj, vers 36
[18] Sahieh Muslim
[19] Al-Mawsoe’ah al-fiqhiyyah
[20] Fiqhu al-at’imati wa al-ashribah, ‘Alawie as-Saqqaaf
Het bericht Hoe jij ook dít jaar een offer kan brengen voor ‘ied al-adhaa verscheen eerst op Daliel.
]]>