acf domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /var/www/vhosts/battoui.nl/httpdocs/daliel/wp-includes/functions.php on line 6131wordpress-seo domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /var/www/vhosts/battoui.nl/httpdocs/daliel/wp-includes/functions.php on line 6131Het bericht Johan Derksen en het christelijke trauma verscheen eerst op Daliel.
]]>Kerk
Johan Derksen gaf aan dat hij zich in zijn jeugd gedwongen voelde om naar de kerk te gaan. Later kreeg hij het gevoel dat zijn gebeden niet werden verhoord en dat zijn vader niet leefde volgens zijn eigen principes. Ook heerste er een doofpotcultuur. Verschillende levenservaringen hebben ertoe geleid dat hij niet meer gelooft in het bestaan van een Schepper. Een veelgehoorde denkfout is: ‘Als God zou bestaan, zou er niet zoveel ellende zijn’.
Los van de essentie van het leven en de beproevingen die bij het leven passen, zijn moeilijkheden geen argument om het bestaan van de Schepper te ontkennen. Ze zeggen namelijk niets over het wel/niet bestaan van de Schepper.
Johan Derksen gaf in het interview toe dat het leven kort is en het te complex is om over dergelijke vraagstukken na te denken. Hij is een goed voorbeeld van de wijze waarop men voornamelijk in West-Europa naar religie kijkt. Men heeft een negatieve ervaring met de christelijke kerk en diens rol in het theocratische Europa. Religie bestaat uit dogma’s, oftewel vaste leerstellingen die niet betwist mogen worden. Derhalve stelt men dat religie irrationeel is en dat de Bijbel en Koran ‘sprookjesboeken’ zijn en God een denkbeeldig wezen is. Men maakt geen onderscheid tussen religies en scheert alle gelovigen over een kam.
Uiteindelijk geeft hij toe de Islam niet onderzocht te hebben, maar heeft hij wel zijn mond vol over Islam en moslims. In dit interview geeft hij toe dat er niet te moeilijk gedaan moet worden over voetballers met een islamitische achtergrond die weigeren om een vrouw de hand te schudden. Echter stelde hij in een eerder stadium dat voetballer Nacer Barazite vanwege zijn baard beter bij ISIS zou passen en sprak hij zich geregeld uit over voetballers die deelnemen aan de Ramadan.
Eurabië
Hij erkent een rechtse oude man te zijn die zich zorgen maakt over de invloed van de Islam in Nederland. Hoewel hij erkent dat moslims een grote minderheid vormen, conformeert hij zich aan de bekende rechts-populistische theorie die Eurabië heet en de veelgehoorde theorie van islamisering. Nederland zou met de groei van het aantal moslims een steeds islamitischer karakter krijgen. Als reactie hierop, maken steeds meer politieke partijen en overheden gebruik van identiteitspolitiek.
Diverse politici verwijzen bijvoorbeeld naar het herintroduceren van het Wilhelmus en de joods-christelijke traditie. De invloed van het christendom zou afnemen terwijl de ‘islamisering’ toeneemt. Islam wordt daarom als ideologische dreiging gezien. Moslims zouden namelijk wel een hele duidelijke identiteit hebben en een houvast. Deze ideologische strijd werd eerder al onderschreven door Samuel Huntington, een Amerikaanse politicoloog, en na de val van het communisme, hebben diverse invloedrijke personen aangegeven dat de rode dreiging (communisme) plaats heeft gemaakt voor de groene dreiging (Islam).
Johan Derksen erkent dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de Islam en dat hij bij het praatprogramma Voetbal Inside, populistische uitlatingen heeft gedaan, die voor de nodige kijkcijfers zorgden. Desalniettemin laat hij zich leiden door een hele specifieke denkwijze die uitgaat van het behoud van de eigen cultuur. Johan Derksen is wat dat betreft een product van het politieke klimaat waarin we leven.
Stof tot nadenken
Wel is het zo dat zijn jeugdverhalen stof tot nadenken geven. Het is niet voldoende om onze kinderen een aantal leefregels door te geven, zonder dat ze liefde voor de Islam hebben en er ruimte is voor vragen. Bovendien is het belangrijk dat we beseffen geen ‘parttime-moslims’ te zijn, die hun islamitische jasje uitdoen wanneer ze de voordeur achter zich dichttrekken. We zijn de dragers van een boodschap en wanneer wij deze boodschap niet uitdragen uit schaamte of angst, doen we de geïnteresseerde niet-moslims ook onrecht aan.
Met name in een tijd waarin enerzijds de polarisatie lijkt toe te nemen en anderzijds veel mensen op zoek zijn naar zingeving, is het voor de moslimgemeenschap de uitgelezen mogelijkheid om de Islam als alternatief te presenteren en misvattingen over de Islam weg te nemen.
Het bericht Johan Derksen en het christelijke trauma verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Strengere eisen voor werkgever bij hoofddoekverbod verscheen eerst op Daliel.
]]>Waar ging de zaak over?
Op 15 juli 2021 heeft het Europese Hof van Justitie (niet te verwarren met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens), een uitspraak gedaan over het verbod op levensbeschouwelijke tekens op de werkvloer, waaronder dus ook een hoofddoek valt.1 Het ging om twee zaken van Duitse vrouwen die werkzaam waren in de kinderopvang en als verkoopmedewerker. Hun werkgevers hadden als beleid dat medewerkers geen zichtbare tekens van hun politieke, levensbeschouwelijk of religieuze overtuiging mogen dragen. Beide vrouwen dragen een hoofddoek en kwamen vanwege dit geschil bij de Duitse arbeidsrechter. De rechters vroegen het Europees Hof om uitleg over de Europese gelijkebehandelingsrichtlijn.2 Als er twijfel is over hoe deze richtlijn moet worden uitgelegd, kunnen nationale rechters het Europees Hof namelijk om uitleg vragen. Dit worden prejudiciële vragen genoemd. De Duitse rechters vroegen het Europees Hof of een dergelijke interne regel gezien moet worden als direct of als indirect onderscheid en of er rechtvaardigingen zijn voor deze mogelijk indirect onderscheid makende regel.
Direct en indirect onderscheid
Alvorens in te gaan op de uitspraak van het Europees Hof is het goed om het verschil tussen direct en indirect onderscheid kort te behandelen en wanneer onderscheid leidt tot discriminatie. Juridisch is dit verschil namelijk belangrijk. Een voorbeeld van direct onderscheid kan zijn: ‘jij mag geen hoofddoek dragen’. Hierbij verwijs je namelijk direct naar een uiting van iemands godsdienst en is er sprake van discriminatie. Op het moment dat je aangeeft ‘je mag geen hoofddeksel dragen’ of ‘je mag geen politieke of religieuze uiting geven’, zal je eerder spreken van indirect onderscheid. Het gaat om een ‘neutrale’ regel die voor iedereen geldt en niet alleen voor een specifieke groep. Als er sprake is van direct onderscheid kun je daar nooit een goede reden voor aanvoeren. Direct onderscheid is verboden. Voor indirect onderscheid kun je wel een goede reden hebben. Er wordt dan gekeken naar het doel van de regel: of dit noodzakelijk en proportioneel is (had je niet een lichter middel kunnen kiezen?). Pas als je geen goede reden hebt voor het indirecte onderscheid spreek je van discriminatie. Als er dus wel een goede reden is voor het indirecte onderscheid, spreek je juridisch gezien niet van discriminatie.
Oordeel Europees Hof
Het Europees Hof geeft in de uitspraak aan dat een dergelijke regel, zoals de werkgevers van de Duitse vrouwen hadden, geen direct onderscheid is, als:
Het Hof onderkent dat dit voor medewerkers die vanuit hun religie bepaalde kleding dragen ‘onaangenaam’ kan zijn, maar stelt dat dit uiting geeft aan de neutraliteit van de werkgever en dus in beginsel géén direct verschil in behandeling creëert.
Nu het deze medewerkers specifiek treft kan er wel sprake zijn van indirect onderscheid. Het Hof beoordeelt daarom of een dergelijke maatregel een goed doel dient (neutraliteit) en of het noodzakelijk en proportioneel is.
Het Hof benoemt verschillende voorwaarden:
Samenvattend oordeelt het Hof dat alleen het nastreven van neutraliteit onvoldoende is maar dat de noodzakelijkheid door een werkgever onderbouwd moet kunnen worden. Een werkgever moet bewijs leveren dat de regel noodzakelijk is, zoals het risico op daadwerkelijke problemen binnen de onderneming of op inkomstenverlies. Als de bedrijfsregels een kledingvoorschrift hanteren dat gericht is op één specifieke religieuze uiting, zoals een ‘hoofddoekverbod’, dan is dit niet toegestaan. Dit is een geval van verboden direct onderscheid.
Eerdere zaken in 2017
Dit zijn niet de eerste zaken over een hoofddoek die het Europees Hof behandelt. In 2017 deed het Hof uitspraak in twee zaken waarin de werknemers een hoofddoek droegen op de werkvloer. Zij werden ontslagen door hun werkgever omdat deze neutraliteit wilde uitstralen. Zij namen hier geen genoegen mee en stapten naar de nationale rechter en stelden dat dit in strijd was met het discriminatieverbod. Het Hof oordeelde toen dat een verbod is toegestaan als het gaat om een breed verbod van alle uitingen om neutraliteit na te streven. Ook deze uitspraak van het Hof gaf geen vrijbrief om vrouwen met een hoofddoek te weren. Het Hof heeft in de uitspraak van dit jaar hier nu ook de eis aan toegevoegd dat de werkgever de noodzakelijkheid moet kunnen bewijzen door een daadwerkelijk risico op problemen binnen de onderneming of inkomstenverlies. Ook is er expliciet toegevoegd dat nationale rechters rekening kunnen houden met de omstandigheden in hun land.
Beschouwing auteurs
Hierboven hebben wij voornamelijk geprobeerd meer uitleg te geven over de uitspraken van het Europees Hof en wat deze betekenen. Met name dat de soep niet zo heet gegeten wordt als opgediend en dat er zeker nog geen vrijbrief is voor werkgevers om te besluiten dat zij neutraal willen zijn en op die manier moslima’s met een hoofddoek kunnen weigeren. Landen als Duitsland, Frankrijk, België en Nederland hebben raakvlakken maar ook veel verschillen. Dit wordt ook benadrukt in de uitspraak. Het blijft aan nationale instanties om te kijken naar de situatie in hun land.
Dat gezegd hebbende, achten wij deze lijn van uitspraken wel zorgwekkend. Het gaat namelijk allemaal uit van een beperkte uitleg van het begrip neutraliteit. De discussie wat neutraliteit nu daadwerkelijk is en of we allemaal neutraal moeten willen zijn, lijkt niet gevoerd te willen worden.
Want wie bepaalt wat neutraal is? Is dat de meerderheid en kan daardoor de minderheid sowieso niet neutraal zijn? Kan een persoon met een hoofddoek niet neutraal zijn?
Het staat haaks op het huidige maatschappelijke klimaat waar iedereen vooral zichzelf moet kunnen zijn, maar vrouwen voor een baan verplicht worden de hoofddoek af te doen of elders werk te zoeken. Dat ‘neutraal’ tegenwoordig als synoniem wordt gebruikt voor ‘seculier’ is een verarming van de tolerantie.
Voor wie hiermee te maken krijgt
Hieronder nog enkele tips voor personen die hiermee in aanraking komen:
Door:
Elsa van de Loo, advocaat bij Advocatenkantoor Van de Loo
Lotfi Oulad Ben Youssef, rechtenstudent en stagiair bij Advocatenkantoor Van de Loo
Het bericht Strengere eisen voor werkgever bij hoofddoekverbod verscheen eerst op Daliel.
]]>