acf domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /var/www/vhosts/battoui.nl/httpdocs/daliel/wp-includes/functions.php on line 6260wordpress-seo domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /var/www/vhosts/battoui.nl/httpdocs/daliel/wp-includes/functions.php on line 6260Het bericht Arabisch: de sleutel tot de geheimen van de Koran verscheen eerst op Daliel.
]]>We lezen in het volgende vers:
«إِذَا جَاءَ نَصْرُ اللَّهِ وَالْفَتْحُ»
“Wanneer de hulp van Allah en de overwinning komt.” [1]
Voor ‘komt’ wordt hier het woord جاء (djaa`a) gebruikt en niet het woord أتى (ataa). De geleerden van taal en tafsier zeggen hierover, dat het woord جاء toegepast wordt bij zaken die op een moeilijke wijze tot stand komen. Het woord أتى is echter toepasselijker bij makkelijke zaken en voor wat van dichtbij komt. Bovendien duidt جاء op een doelgerichtere komst dan أتى.
In de context van dit vers kwam de overwinning van Allah tot stand na grote moeilijkheden, inspanningen en opofferingen. Daarom is het woord جاء (djaa`a) gebruikt.
In een ander vers wordt beschreven hoe de polytheïsten ten tijde van de Profeet Mohammed ﷺ, de Dag der Opstanding en de bestraffing van Allah ontkenden en onderschatten. Hierop daalden de woorden van Allah neer :
«أَتَىٰ أَمْرُ اللَّهِ فَلَا تَسْتَعْجِلُوهُ»
“Het bevel van Allah is (bijna) gekomen“.[2]
Allah verwijst hier naar het gemak waarmee Hij deze zaken tot stand kan laten komen, en de nabijheid hiervan. Daarom gebruikt Allah hier het woord أتى (ataa). Maar wanneer dit bevel eenmaal tot stand komt, zal de beleving ervan ernstig en moeilijk zijn. Hier wordt het woord جاء (djaa`a) weer gebruikt:
« فَإِذَا جَاءَ أَمْرُ اللَّهِ قُضِيَ بِالْحَقِّ»
“En wanneer dan het Bevel van Allah komt dan wordt er volgens de Waarheid geoordeeld”[3]
In het verhaal van profeet Soelaymaan, vrede zij met hem, benoemde Allah de tocht van Soelaymaan met zijn soldaten in een tijd die geen oorlog noch moeilijkheden kende. In deze gebeurtenis gebruikte Allah wederom het woord أتى (ataa).
Allah zegt:
«حَتَّى إِذَا أَتَوْا عَلَى وَادِ النَّمْلِ»
‘’(Zij marcheerden) totdat zij aankwamen bij de vallei van de mieren.’’[4]
Nadat de broers van profeet Yusuf, vrede zij met hem, hem in een waterput hadden gegooid, kwamen zij huilend aan bij hun vader. Omdat dit een kwalijke, grote zaak is, drukte Allah de situatie uit met het woord جاء (djaa`a):
«وَجَاءُوا أَبَاهُمْ عِشَاءً يَبْكُونَ»
“En zij kwamen in de avond huilend naar hun vader.”[5]
Dit was slechts het delicate verschil tussen de woorden جاء (djaa`a) en أتى (ataa), welke in het Nederlands beide simpelweg vertaald worden met ‘komen’.
Andere synoniemen
Enkele andere synoniemen van het woord ‘komen’ in de Arabische taal zijn:
Ataa أتى: Hij kwam van een nabijgelegen plaats;
Qadima قَدِم: Hij kwam van een verre plaats;
Aqbala أقبل: Hij kwam gewillig, enthousiast;
Hadara حضر: Hij kwam als reactie op een uitnodiging;
Zaara زار: Hij bezocht: Hij kwam met de bedoeling om de banden te versterken en in het goede;
Taraqa طرق: Hij is in de nacht gekomen;
Ghashiya غَشِي: Hij kwam per toeval zonder het te laten weten;
Waafaa وافى: Hij is gekomen en trof hetgeen waarvoor hij was gekomen;
Warada ورَدَ: Hij is gekomen met de bedoeling om water te halen;
Wafada وَفَدَ: Hij is gekomen met een groep mensen;
Elk woord en zelfs elke letter in de Koran is geplaatst met een allesomvattende Kennis en Wijsheid. Het is dan ook een onmogelijke taak om de perfectie en geheimen van de Koran (en ons geloof in bredere zin) te vatten in een vertaling naar een andere taal, hoe hard we ook ons best doen. Zoals je ziet is het Arabisch de werkelijke sleutel tot de schatten en geheimen van de Koran.
[1] Soerah an-Nasr, vers 1
[2] Soerah an-Nahl, vers 1
[3] Soerah Ghaafir, vers 78
[4] Soerah an-Naml, vers 18
[5] Soerah Yoesuf, vers 16
Het bericht Arabisch: de sleutel tot de geheimen van de Koran verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Meestgestelde vragen over het offeren verscheen eerst op Daliel.
]]>Het offeren is sterk aanbevolen voor man, vrouw, jong, oud, getrouwd, vrijgezel, ingezetene en reiziger (met uitzondering van de bedevaartganger). Wel geldt hierbij dat men het zich financieel moet kunnen veroorloven en het offeren er niet toe leidt dat de persoon in kwestie hierdoor de rest van het jaar (financiële) schade ondervindt. Het is afkeurenswaardig om het offeren zonder geldige reden na te laten.
Kortom, het is een Soennah voor elke persoon die (religieus) toerekeningsvatbaar wordt geacht en hiertoe in staat is. De suggestie dat het offeren slechts voorgeschreven is voor degene die getrouwd is, is ongegrond. Ook is het incorrect om te denken dat het offeren slechts voorgeschreven is voor de vrouw als zij onder de hoede van haar echtgenoot valt, zodat hij kan offeren namens haar en haar gezin. Daarentegen geldt dat het offeren is voorgeschreven voor eenieder die in staat is om dit te bekostigen, ongeacht of hij getrouwd, vrijgezel of gescheiden is en wel of geen kinderen heeft.
Het meest essentiële doel van het offeren is dat de dienaar zich onderwerpt aan Allah en dichterbij zijn Heer komt middels het slachten van het offer. Het is aanbevolen om zelf van het offer te eten. Dus wanneer iemand zijn offer brengt en dit vervolgens schenkt aan anderen of als liefdadigheid weggeeft en hier zelf niets van eet, dan is zijn offer correct. Hieruit kunnen we opmaken dat het niet eten of lusten van vlees geen reden zou moeten zijn voor de moslim om geen offer te brengen. Slacht dus jouw offer en schenk dit of geef het weg als liefdadigheid.
Allah zegt in de Koran (interpretatie van de betekenis):
“Het is niet hun vlees of hun bloed dat Allah bereikt, maar wat hem bereikt is jullie Taqwa (godsvrucht).”
(Soerat al-Haddj: 37)
Ja, namelijk:
In eerste instantie gaat de voorkeur uit naar het zelf slachten, omdat dit een vorm is van aanbidding. Het uitgangspunt bij aanbiddingen is altijd dat het zelf uitvoeren van de aanbidding de voorkeur geniet boven het aanstellen van een andere persoon. Als het niet mogelijk is om zelf het offer te slachten, dan is het aangeraden om op z’n minst aanwezig te zijn bij het slachten. En als dit laatste ook niet mogelijk is, dan is het voldoende om iemand aan te stellen die namens jou slacht, zoals bevestigd is in Sahieh al-Boekhaarie.
Dit verschilt per situatie en heeft te maken met de intentie:
Als men het geld verstuurt naar een ander met de intentie om het offer namens hem (d.w.z. degene die wenst te offeren) te brengen, en het vlees wordt vervolgens geschonken aan de aangestelde persoon of aan anderen, dan komt degene die offert zowel de beloning van het offeren als die van liefdadigheid toe. Maar als men het geld verstuurt met de intentie dat de ander een offer kan kopen voor zichzelf, dan komt hem (degene die het geld stuurt) alleen de beloning toe van liefdadigheid en niet van het offeren zelf.
Als kanttekening is het belangrijk om te weten dat de beloning van het offeren groter is dan die van liefdadigheid. Imam Ibn ul-Qayyim heeft gezegd: “Het zelf offeren waar jij op dat moment bent is beter dan liefdadigheid, zelfs wanneer deze (liefdadigheid) meer waard is dan het offer, zoals al-Hady (offer gedurende de Hadj) en het offerdier. Want de essentie van het offeren is namelijk het slachten en het laten vloeien van het bloed.”[1]
Het geven van liefdadigheid is niet gelijk aan het offeren (in beloning), zelfs niet wanneer de waarde van de liefdadigheid meerdere malen hoger is dan die van het offer. Het bewijs hiervoor is het feit dat de mensen in de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) in een bepaald jaar werden getroffen door een hongersnood en het Offerfeest aanbrak. Desondanks heeft hij (vrede zij met hem) hen niet opgedragen om de waarde van het offer in geld te verdelen onder de armen. Maar hij stemde in met het slachten van het offer en droeg hen vervolgens op om het vlees te verdelen onder de armen.
Hieruit kan worden opgemaakt dat het slachten van een offer beter is dan de waarde ervan uit te geven als liefdadigheid. Wanneer de mensen het slachten zouden vervangen door liefdadigheid zal een grootse Soennah – die in de Islam hoog staat aangeschreven – dreigen uit te sterven. Hierdoor zullen de generaties na ons deze Soennah vergeten vanwege het feit dat zij hun voorvaderen nooit hebben zien slachten maar enkel en alleen de waarde van offers als liefdadigheid hebben zien uitgeven.
Mocht het echter zo zijn dat er in sommige gevallen sprake is van een sterke behoefte om het offerdier te laten slachten in een ander land omdat de behoefte daar groter is, dan is hier niets op tegen.
Het is voor de vrouw toegestaan om haar offer te slachten. Sterker nog, het is een aanbevolen zaak voor haar als zij een offeraar is. Hetzelfde geldt voor de man. Zo droeg de metgezel Aboe Moesa al-Ashʿarie zijn dochters op om hun offers eigenhandig te slachten.[2]
De voorgeschreven tijd om het offer te slachten is nadat zowel het ʿIed-gebed als de preek ten einde zijn gekomen[3]. Indien de offeraar iemand anders heeft aangesteld om het offer te slachten, dient dit te gebeuren na het gebed en de preek van de aangestelde persoon en niet van de offeraar.
Al-Qaadie ʿAbdoel-Wahhaab al-Maalikie heeft hierover gezegd[4]: “De dagen van het offeren zijn de dag van het Offerfeest (1e dag) en de twee dagen daarna. Op de vierde dag wordt niet meer geofferd. Daarnaast dient het slachten overdag te gebeuren en niet ‘s avonds[5] vanwege de volgende woorden van Allah (interpretatie van de betekenis):
“En (zodat) zij de Naam van Allah op de bekende dagen zullen uitspreken (als dank) voor de veedieren waarmee Hij hen heeft voorzien.”
(Soerat al-Haddj 28)
De metgezel Ibnoe ʿOmar heeft tevens gezegd: “Het offeren is (nog) twee dagen na de dag van al-Adhaa.” [6]
Oftewel alleen dag 10,11 en 12 van Dhoel-Hiddjah.
Het is voor de arme die zichzelf nauwelijks van basisbehoeften kan voorzien niet aanbevolen om te offeren als hij het geld nodig heeft om te voorzien in zijn primaire levensbehoeften. Het is goed om te benadrukken dat het offeren een vorm van aanbidding is en geen gewoonte en daarom een aantal vereisten en regels heeft.
Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wanneer men geld wil lenen voor het kopen van een offer, en hij weet dat het terugbetalen geen zware last voor hem zal zijn, dan is hier niets op tegen. Maar hij is hier uiteraard niet toe verplicht.
De Tasmiyah is verplicht bij het slachten, mits men dit niet vergeet. Wanneer een moslim slacht en hij vergeet de Tasmiyah te zeggen, dan treft hem geen blaam. Al-Qaadie ʿAbdoel-Wahhaab al-Maalikie heeft hierover gezegd: “En wanneer de Tasmiyah wordt vergeten, dan is hier niets op tegen. Maar wanneer de Tasmiyah bewust wordt nagelaten, dan dient het (offerdier) niet te worden genuttigd.”[7]
Wanneer het offer vóór aanvang van het ʿIed-gebed wordt geslacht, wordt het beschouwd als een normaal geslacht dier dat geschikt is om te nuttigen maar niet als offer. Men dient een nieuw offer te slachten binnen de voorgeschreven tijden als hij wil dat het als offer wordt gezien. De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Het eerste waarmee we dienen te beginnen op deze dag van ons is het verrichten van het gebed, vervolgens keren we terug en slachten wij (ons offer). Dus eenieder die zo handelt heeft volgens de Soennah gehandeld, en eenieder die heeft geslacht vóór het gebed, heeft zijn familie (slechts) voorzien van normaal vlees en het wordt niet gezien als offer in geen enkel opzicht.”[8]
De intentie om te offeren is een vereiste, want het slachten kan voor verschillende doeleinden zijn zoals het verkrijgen van vlees, of nader tot Allah te geraken. De stelregel is dat een handeling geen aanbidding is behalve met een intentie.
Het is niet toegestaan om met meerdere personen één schaap te offeren. Imam an-Nawawie zegt hierover: “Ze zijn het er unaniem over eens dat het niet toegestaan is om te delen in een schaap.”[9]
Wel is het toegestaan dat bijvoorbeeld een zoon of dochter een geldbedrag schenkt aan de vader. Zodra hij dit geldbedrag heeft verkregen, wordt dit gezien als zijn bezit en hiermee kan hij dan vervolgens een offerdier aanschaffen. Op deze wijze worden ook de kinderen beloond, maar degene die feitelijk het offer brengt is één persoon, in dit geval de vader. De metgezel Aboe Ayyoeb al-Ansaarie zegt: “Men was gewoon om een schaap te offeren namens zichzelf en zijn gezin. Zij aten hier vervolgens van en gaven anderen ervan te eten.”[10]
Het is dus niet toegestaan om te delen in het offer, maar zij delen wel in de beloning. Eén schaap volstaat voor één persoon en zijn gezinsleden. Maar wie worden gezien als zijn gezinsleden? Volgens Imam Maalik zijn dit degenen die men verplicht is te onderhouden en bij hem wonen, ongeacht of het veel of weinig (in aantal) zijn.
De geleerden zijn het er dus unaniem over eens dat het niet toegestaan is om te delen in een schaap. De ash-Shaafiʿie en Hanbalie geleerden zijn de mening toegedaan dat het voor zeven personen mogelijk is om te delen in een koe of kameel.
Het is verboden om delen van het offer te verkopen zoals de vacht van het dier en dergelijke vanwege het feit dat het gaat om geld dat de dienaar heeft uitgegeven omwille van Allah. En het is daarom dus niet toegestaan om dit weer (deels) terug te nemen. Het is ook niet toegestaan om delen van het offer te gebruiken als ruilmiddel door bijvoorbeeld de slager een gedeelte van het vlees aan te bieden in ruil voor het slachten of snijden van het dier.
Het gaat in deze overlevering niet om een verbod maar om een handeling die afkeurenswaardig is. Dit is tevens de mening volgens de wetschool van Imam Maalik en Imam ash-Shaafiʿie.
Tot slot is het aan degene die offert om de intentie te zuiveren en middels het slachten dichterbij Allah te willen komen. Niet omdat het een gewoonte is en iedereen het doet, maar omdat het een aanbidding is. Hij dient hierbij met volle overtuiging en acceptatie te handelen. Tevens dient men zijn kinderen op de hoogte te stellen van zaken rondom het offeren en hen dit leren. Men dient bij het schenken en verdelen van het vlees voorrang te geven aan hen die dichtbij hem staan en degenen die het meest behoeftig zijn.
En Allah weet het het beste.
[1] Toehfat ul-Mawdoed bi Ahkaam il-Mawloed
[2] al-Boekhaarie
[3] Tevens dient men te wachten totdat de Imam zijn offer heeft geslacht indien dit bekend is, en anders wacht men een korte periode gelijk aan de duur van het offeren van een dier.
[4] al-Maʿoenah ʿalaa Madhhabi Ahl il-Madienah
[5] Dit is de mening van al-Maalikiyyah. De meerderheid van de geleerden houdt er echter de mening op na dat dit slechts afgeraden is en niet verboden.
[6] al-Moewatta’, en deze uitspraak is ook de mening van Imams Aboe Haniefah, Maalik en Ahmad Ibn Hanbal.
[7] al-Maʿoenah ʿalaa Madhhabi Ahl il-Madienah
[8] al-Boekhaarie en Moeslim
[9] Al-Minhaadj Sharh Moeslim
[10] at-Tirmidhie
[11] Moeslim
[12] Moeslim
[13] Al-Moestadrak al-Haakim
Het bericht Meestgestelde vragen over het offeren verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Bidden voor Peter R. de Vries? verscheen eerst op Daliel.
]]>Gisteren is Nederland opgeschrikt door een aanslag op de bekende misdaadjournalist Peter R. de Vries. Hij staat bekend om zijn journalistieke prestaties waarbij hij zijn pijlen richt op misdadigers en met succes vele onopgeloste moordzaken oplost. De laatste jaren mengde hij zich met regelmaat in het publieke debat. Daarbij stelde hij de dubbele maten aan de kaak waarmee gemeten wordt door sommige Nederlandse media en politici en sprak hij zich uit tegen het onrecht dat moslims wordt aangedaan. Deze standpunten duiden erop dat hij een man van principes is.
Smeekbeden verrichten voor niet-moslims, waarbij wordt gevraagd om hen te leiden, om vermeerdering in hun voorzieningen, kinderen, succes en andere wereldse zaken, is toegestaan. Net zoals je hem mag troosten, condoleren, op ziekenbezoek bij hem mag gaan, enzovoorts. De voorwaarde die hierbij geldt, is dat hij de islam en moslims niet vijandig gezind mag zijn.
De smeekbeden zouden juist nóg meer verricht moeten worden voor deze persoon, als het een ziek of naast familielid betreft, als het gaat om iemand die een belangrijke publieke functie bekleedt waarbij hij vele mensen van nut is en als het iemand betreft die opkomt voor de zwakkeren en/of de moslims en hun vrijheden.
En de Profeet (vrede zij met hem) heeft de Roqyah (bepaalde smeekbeden ter genezing) goedgekeurd van zijn metgezel Aboe Saʿīd al Khudrī, waarmee hij een niet-moslim leider van een Arabische stam had genezen middels het lezen van soerah al-Fātiha.[1]
Ook kwam het voor dat de Joden niesten in het bijzijn van de Profeet (vrede zij met hem) hopende dat hij hen genade zou toewensen (door het zeggen van ‘yarhamoekAllah’) waarna hij zei: Moge Allah jullie leiden en jouw zaken op orde stellen.[2]
Allah zegt (interpretatie van de betekenis): “Allah verbiedt jullie niet om hen, die niet met jullie strijden om het geloof en jullie niet verdrijven uit jullie woonplaatsen, goed en rechtvaardig te behandelen. Allah houdt van diegenen die rechtvaardig zijn. “[3]
En dus is het verrichten van smeekbeden voor de niet-moslim, het helpen van hem wanneer hij dit nodig heeft en bijstaan van hem in moeilijke tijden een uiting van goed gedrag en karakter.
En zo heeft Al-Bukhārī overgeleverd in “al-Adab al-Mufrad” dat de metgezel ‘Oqbah ibn ‘Aamir al-Djuhani langs een man liep die er als een moslim uitzag, waarop deze hem groette, en hij teruggroette en daarbij zei: “en moge de genade en zegeningen van Allah met jou zijn.” Daarop zei een aanwezige jongen tegen hem: hij is een christen! Hierop ging ‘Oqbah naar deze man toe en zei: “voorwaar, de genade en zegeningen van Allah zijn alleen voor de gelovigen, moge Allah jou en lang leven schenken met veel bezit en een groot nageslacht.”
En het is overgeleverd van Ibn Abī Shaybah in zijn Muşannaf:
Er kwam een Joodse man naar de Profeet (vrede zij met hem), waarna hij zei: “Doe een smeekbede voor mij. Waarna de Profeet zei: “Moge Allah jouw bezittingen en nakomelingen vermeerderen en moge Allah je gezondheid schenken en moge Allah jouw leven verlengen.”
Ook is er overgeleverd dat een Joodse man een kameel had gemolken voor de Profeet (vrede zij met hem) waarna de Profeet zei: “O Allah, geef hem een mooi uiterlijk,” waarna zijn haren (intens) zwarter werden (wat een teken van schoonheid was in die tijd).
Wat betreft de smeekbede voor Goddelijke leiding, dat is overgeleverd van de Profeet (vrede zij met hem) in vele overleveringen.
Imam al-Nawawī zei: “Het is toegestaan om smeekbeden te verrichten (voor niet-moslims) om leiding en fysieke fitheid en gezondheid en soortgelijke zaken.”[4]
Imam Ibn Hajar al-Haytamī zei: “Het is toegestaan om smeekbeden te verrichten voor de niet-moslim inzake fysieke gezondheid en Goddelijke leiding.”[5]
Imam Al-Munāwī zei: “Het is toegestaan om smeekbeden te verrichten voor een niet-moslim voor Goddelijke leiding, fitheid en gezondheid.” En hij zei (ook): “Voor vijandige mensen mogen geen smeekbeden worden verricht voor vermeerdering van bezittingen, nakomelingen, fitheid en gezondheid.”[6]
Maar wat betreft smeekbeden (om vergeving) voor de niet-moslims na hun dood, daarover zei imam al-Nawawī: “Wat betreft het (doden-)gebed voor de kāfir en de smeekbeden om vergeving van hen [na hun dood], dit is verboden volgens de duidelijke bewoordingen in de Koran en volgens de consensus van de geleerden.[7]
Imam al-Qurţubī zei bij (de uitleg van) het vers “En zeg, Mijn Heer, wees hen genadig zoals zij mij hebben opgevoed toen ik klein was”:[8] “Velen van de geleerden hebben (hierover) gezegd: het kan geen kwaad dat iemand smeekbeden verricht voor zijn niet-moslim ouders, en vergeving vraagt voor hen, zolang zij nog in leven zijn.[9]
Moge Allah Peter R. de Vries genezen en kracht geven.
Sh. Ilyas El Yousfi
7 juli 2021
[1] al-Buchaarie
[2] Overgeleverd door imam Ahmed, Abu Dawud, at-Tirmidhī en hij heeft hem authentiek verklaard.
[3] Soerah al-Mumtahanah: 8
[4] al-Adhkār
[5] Tuhfat al-Muhtāj
[6] Fath al-Qadīr
[7] al-Majmū’
[8] Soerah al-Isrā’: 24
[9] Tafsīr al-Qurţubī
Het bericht Bidden voor Peter R. de Vries? verscheen eerst op Daliel.
]]>Het bericht Waarom al-Quds (Jeruzalem) ons allemaal aangaat verscheen eerst op Daliel.
]]>Op meerdere plaatsen in de Koran worden al-Quds en de Aqsaa moskee omschreven als gezegende en heilige plaatsen. De betekenis van zegeningen in deze verzen houdt de vermeerdering van goedheden in. Vanwege de grootse deugd van deze plek heeft Allah deze plek voor de Profeet (vrede zij met hem) aangesteld als vertrekpunt voor zijn hemelreis (al-mi’raadj). Zo zegt Allah:
Verheven is Degene (Allah) Die Zijn dienaar (Mohammed) ‘s nachts vanuit al-Masjid al-Haraam (de heilige moskee in Mekka) naar moskee al-Aqsaa deed reizen, waarvan Wij alles daaromheen hebben gezegend.[1]
Toen Allah sprak over de eerste emigratie van Ibraahiem naar Jeruzalem en ash-Shaam zei Hij:
En Wij redden hem en Loet (en leidden hen) naar het land dat Wij hebben gezegend voor de werelden.[2]
Ook zegt Hij:
En Wij lieten het volk dat onderdrukt werd de oostelijke en westelijke van het land erven, die door Ons gezegend waren.[3]
En met betrekking tot het verhaal van de Profeet Sulaymaan zegt Allah:
En voor Sulaymaan raasde de stormachtige wind op zijn bevel naar het land dat door Ons gezegend was.[4]
Bij monde van de Profeet Moesaa zegt de Meest Genadevolle:
O mijn volk, treed het heilige land binnen dat door Allah aan jullie is toegewezen.[5]
En ook over de overvloedige luxe die de inwoners van Saba` (Sheba) hadden, zegt Allah:
En wij plaatsten tussen hen en de steden die door Ons gezegend waren, steden die goed zichtbaar waren.[6]
Met de steden in dit vers wordt onder meer gedoeld op de steden rondom Bayt al-Maqdis (Jeruzalem), zoals Ibn ‘Abbaas heeft gezegd.
Ook omschrijft de Koran deze plaats als een vruchtbaar en opgehoogde verblijfplaats, met stromend water:
‘’En wij maakten de zoon van Maryam en zijn moeder tot een teken. En Wij brachten hen naar een opgehoogde verblijfplaats met stromende water.’’[7]
Ad–Dahhaak en Qataadah zeiden hierover: ‘’Het is Bayt al-Maqdis.’’
Verder zegt Allah ook:
En wie is er onrechtvaardiger dan degene die verhindert dat er in de moskeeën van Allah zijn Naam verheerlijkt wordt en de vernietiging hiervan (d.w.z. van de moskeeën) nastreeft? [8]
Vele tafsiergeleerden hebben aangegeven dat dit vers verwijst naar de Aqsaa moskee in Bayt al-Maqdis.
Tot de voortreffelijkheden van deze moskee behoort:
Het is de eerste qiblah (gebedsrichting) van de moslims. Al-Baraa` overleverde dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zestien of zeventien maanden lang richting Bayt al-Maqdis heeft gebeden.[9]
De Aqsaa moskee is de tweede moskee die op aarde is gebouwd. Aboe Dharr zei: ‘’Ik vroeg: ‘O Boodschapper van Allah, welke moskee is als eerst op aarde geplaatst?’ Hij zei: ‘Al-Masdjid al-Haraam.’ Vervolgens zei ik: ‘En daarna?’ Hij zei: ‘Al-Masdjid al-Aqsaa.’ Hierop zei ik: ‘Hoeveel tijd zat er tussen beiden?’ Hij zei: ‘Veertig jaar. Waar jij je ook bevindt, zodra de tijd voor het gebed aanvangt, verricht dit dan. Hierin bevindt zich namelijk de deugd’.’’[10]
De Daddjaal is niet in staat om Bayt al-Maqdis binnen te treden. De Profeet (vrede zij met hem) heeft namelijk gezegd: ‘’Hij zal overal op aarde verschijnen, behalve in al-Haram en Bayt al-Maqdis.’’[11]
Op deze plek heeft de Profeet (vrede zij met hem) als imam gefungeerd voor de overige Profeten. Zo zei hij: ‘’De tijd voor het gebed brak aan, waarna ik voorging (in het gebed).’’[12]
Een gebed hier is gelijk aan 250 gebeden elders. Sommige overleveringen spreken zelfs over 500 en 1.000 keer meer! De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: ‘’Een gebed in mijn moskee is beter dan vier gebeden daar (d.w.z. in Bayt al-Maqdis) en wat een pracht van een plek is het om er te bidden.’’[13]
Maymoenah, de bediende van de Profeet (en dus niet zijn vrouw), zei: “O Profeet van Allah, vertel ons over Bayt al-Maqdis”, waarop hij zei: “Het is de plek waar de mensen opgewekt en verzameld zullen worden. Ga ernaar toe en verricht daar het gebed.”[14]
Het is één van de drie moskeeën waar men een reis (met intentie van speciale beloning) naartoe mag afleggen. Aboe Sa’ied al-Gudrie overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: ‘’Reis niet om een plaats te bezoeken, behalve (in het geval van) drie moskeeën: Masdjid ul-Haraam (in Mekka), deze moskee van mij (in Medina) en Masdjid ul-Aqsa.’’[15]
Het feit dat het toegestaan is om de reis af te leggen naar deze moskee als bezoek duidt erop dat de Profeet deze moskee een speciale positie toekent. Haar positie en de zegeningen die zich hier bevinden worden daarom in hetzelfde rijtje genoemd met die van al-Haramayn (Mekka en Medina).
Voor degene die de Aqsaa moskee bezoekt met de intentie om daar het gebed te verrichten, wordt gehoopt dat zijn zonden vergeven worden. ‘Abdullaah ibn ‘Amr overleverde dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: ‘’Nadat Sulaymaan ibn Daawoed klaar was met het bouwen van Bayt al-Maqdis vroeg hij Allah om drie zaken: een oordeel dat overeenkomt met Zijn Oordeel, een heerschappij die niemand anders na hem zal toekomen én dat Allah eenieder die deze moskee bezoekt met enkel de intentie om hier het gebed te verrichten, laat worden zoals op de dag dat zijn moeder hem baarde (d.w.z. zondeloos).’’ Hierop zei de Profeet (vrede zij met hem): ‘’Twee hiervan zijn hem gegeven en ik hoop dat dit ook geldt voor de derde.’’[16]
De Koran en de Sunnah wijzen uit dat de kwestie van al-Quds er één is die alle moslims aangaat. Het betreft hier dus geen regionale kwestie, maar het is er een van al-‘aqiedah (geloofsovertuiging) en imaan (geloof). Om deze reden is de moslim verplicht om deze kwestie te steunen door deze steeds aan de kaak te stellen, gelddonaties te geven aan erkende organisaties die zich sterk maken voor de rechten van Palestijnen en het vragen aan Allah om de last van onze broeders en zusters te verlichten en hen te beschermen.
Men dient te beseffen dat het verrichten van smeekbedes het sterkste wapen is, mits deze ontspruit uit een hart dat gekenmerkt wordt door oprechtheid en een zuivere toewijding aan Allah. Hetgeen wat de moslim vandaag de dag hartzeer bezorgt is de verdeeldheid die heerst onder de moslims. Dit terwijl Allah ons heeft opgedragen om een eenheid te vormen, zeggende:
En houd jullie allen stevig vast aan het touw van Allah en wees niet verdeeld.[17]
Ook zegt Allah:
En gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper en redetwist niet (met elkaar), zodat jullie niet verzwakken en jullie kracht niet zal worden weggenomen.[18]
Om deze reden dient de moslim ver weg te blijven van al datgene wat leidt tot onderlinge verdeeldheid, zoals onrecht, roddel, laster en schending van andermans rechten. Dit alles leidt namelijk tot wrokgevoelens in het hart.
Wat wij als moslims in het westen kunnen betekenen in deze zaak is dat wij het geluid van de Palestijnen die onrecht worden aangedaan laten horen. Wij dienen politici, media en mensenrechtenorganisaties op het hart te drukken om op te staan en deze kwestie serieus te nemen, zodat de rechtmatige inwoners in dat gebied hun grond behouden.
Probeer op alle mogelijke manieren de Palestijnse zaak onder de aandacht te brengen, ook in je sociale omgeving (o.a. door dit artikel te delen).
Moge Allah onze broeders en zusters in Palestina beschermen tegen elke vorm van onrecht en onderdrukking. Moge Allah Bayt al-Maqdis behoeden en de Maqaadisah (inwoners van Jeruzalem) bijstaan en standvastig maken. Vergeet hen niet in jullie gebeden!
[1] Soerah al-Israa’, vers 1
[2] Soerah al-Anbiyaa`, vers 71
[3] Soerah al-A’raaf, vers 137
[4] Soerah al-Anbiyaa`, vers 81
[5] Soerah al-Maa`idah, vers 21
[6] Soerah Saba’, vers 18
[7] Soerah al-Mu`minoen, vers 50
[8] Soerah al-Baqarah, vers 114
[9] al-Buchaarie en Muslim
[10] al-Buchaarie en Muslim
[11] Ahmad
[12] Muslim
[13] al-Haakim en at–Tabaraanie
[14] Ahmad en Aboe Daawoed
[15] al-Buchaarie en Muslim
[16] Ahmad, an-Nasaa`ie, Ibn Maadjah
[17] Soerah Aal ‘Imraan, vers 103
[18] Soerah al-Anfaal, vers 46
Het bericht Waarom al-Quds (Jeruzalem) ons allemaal aangaat verscheen eerst op Daliel.
]]>